BMW raakt geparkeerde wagen en rijdt door: “Ik had niets gevoeld”
P.S. moest zich vandaag voor de politierechter verantwoorden voor een ongeval met vluchtmisdrijf. Op camerabeelden is te zien hoe zijn BMW bij het nemen van een bocht een geparkeerde wagen raakt. Toch hield de man vol dat hij de aanrijding niet had gevoeld.
Het Openbaar Ministerie vorderde een basisboete van 20 euro voor het ongeval zelf en 200 euro voor het vluchtmisdrijf. Daarnaast vroeg de procureur een rijverbod van dertig dagen.
P.S. verscheen zonder advocaat voor de rechtbank.
Volgens hem had hij de botsing niet gevoeld. Hij zei dat hij eventueel wel had willen stoppen, maar dat er op dat moment nergens een parkeerplaats was.
De rechter wees hem daarbij op de camerabeelden. Daarop is niet alleen de aanrijding te zien, maar ook hoe de passagier naast P.S. kort zijn deur opent.
“Uw neef zat naast u en die heeft blijkbaar wél iets gevoeld, want hij doet de deur open”, merkte de rechter op.
Daar kwam nog bij dat een getuige de nummerplaat had genoteerd en dat die overeenkwam met de BMW op de camerabeelden. Ook aan het andere voertuig was schade vastgesteld.
U bent toch verzekerd? Dan stapt u gewoon uit om de schade te regelen, zo simpel is dat.
“U bent toch verzekerd?”, vroeg de rechter. “Dan stapt u uit en laat u uw gegevens achter om de schade te regelen.”
P.S. legde uit dat hij in een ploegensysteem werkt en zijn rijbewijs nodig heeft om op het werk te geraken. Op bepaalde uren is er volgens hem geen bruikbaar openbaar vervoer.
De rechter liet zich daardoor wel deels vermurwen, maar ging niet mee in de uitleg dat P.S. niets van de aanrijding had gemerkt.
Voor beide feiten samen kreeg hij een basisboete van 220 euro. Met de toepasselijke opdeciemen komt dat neer op 1.760 euro.
Van die basisboete werd 100 euro met uitstel opgelegd gedurende drie jaar. Daardoor moet hij effectief 120 euro basisboete betalen, of 960 euro met opdeciemen. De overige 800 euro hangt hem tijdens de uitstelperiode boven het hoofd.
Ook kreeg P.S. dertig dagen rijverbod, waarvan vijftien dagen met uitstel gedurende drie jaar.