Twee van de vier gestolen werken uit Franse Renoir-museum al teruggevonden: dieven lieten ze tijdens hun vlucht achter in museumtuinen
Twee dieven hebben ingebroken in een museum gewijd aan de Franse impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir (1841-1919). Ze stalen initieel vier kunstwerken ter waarde van zo’n 9 miljoen euro, maar lieten tijdens hun vlucht twee werken vallen. Die zijn intussen teruggevonden. De gerechtelijke politie heeft het onderzoek overgenomen.
Bryan Masson, burgemeester van Cagnes-sur-Mer, in het zuiden van Frankrijk, schat de waarde van de gestolen werken op 9 miljoen euro (10 miljoen dollar). Hij verklaarde dat het alarm van het museum afging om 05.48 uur en dat de politie om 05.53 uur, slechts vijf minuten later, al ter plaatse was. De meest kostbare werken van Renoir hebben in het verleden op veilingen tientallen miljoenen dollars opgebracht.
“De twee personen, die door de bewakingscamera’s waren opgemerkt, sloegen op de vlucht en lieten daarbij twee van de gestolen schilderijen achter in de museumtuinen”, aldus Masson. Die twee werken zijn intussen teruggevonden, maar het is niet duidelijk om welke van de vier het gaat. De gerechtelijke politie heeft het onderzoek overgenomen.
“Een aanval op het Renoir-museum is een aanval op een deel van de geschiedenis en het erfgoed van #CagnesSurMer”, gaat de burgemeester verder in zijn verklaring. Hij sluit af met te zeggen dat alle nodige middelen zullen worden ingezet om dit erfgoed, dat toebehoort aan alle inwoners van Cagnes, beter te beschermen.
KIJK. Kunstexpert Johan Swinnen: “Ze kunnen die schilderijen niet zomaar verkopen”
Het museum werd in 1960 gevestigd in de villa van de impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir, gelegen op een heuvel in Cagnes-sur-Mer (nabij Nice), waar hij in 1919 overleed. De collectie in het museum omvat dertien schilderijen van de meester, evenals zo'n veertig sculpturen, meubelstukken en foto's.
De Franse musea zijn niet aan hun proefstuk toe wat museumroven betreft. De diefstal doet denken aan de beruchte diefstal uit het Louvre in Parijs, waarbij bijna een jaar geleden acht kroonjuwelen ontvreemd werden. Die kunstschatten zijn nog steeds spoorloos, al kon de politie intussen wel al enkele verdachten oppakken.
KIJK. Zo verliep de ongeziene juwelenkraak van het Louvre
De roof uit het Louvre lijkt op zijn beurt heel wat copycats aan het denken te hebben gezet. Zo werd begin juli het Lalique-museum ten noorden van Straatsburg het doelwit van dieven, die sieraden buitmaakten ter waarde van 4,5 miljoen euro. Niet veel later, eind juli, kwam een museum in Châtillon-sur-Seine, in Bourgondië, in het vizier. Daar verdween een gouden halsketting uit de schat van Vix, die dateert uit de Keltische tijd, zo'n 2.500 jaar geleden.
Sindsdien heeft het ministerie van Cultuur de veiligheid van musea tot een prioriteit gemaakt. Het raadt musea 33 veiligheidsmaatregelen aan. Zo wil het "de meest kwetsbare voorwerpen in veiligheid brengen op geschikte locaties die voor elk departement zullen worden aangewezen, in afwachting van het beveiligen van hun tentoonstelling."