Bijna één op de acht leerlingen maakt middelbare school niet af: uitval dubbel zo hoog bij scholieren die thuis geen Nederlands spreken
In het schooljaar 2023-2024 verliet volgens gegevens van het Vlaams ministerie van Onderwijs 12,2 procent van de leerlingen het secundair onderwijs zonder voldoende kwalificaties. Het gaat om schoolverlaters zonder kwalificatie met een beroepsfinaliteit of zonder een kwalificatie met een finaliteit van doorstroom naar het hoger onderwijs. Dat meldt Statistiek Vlaanderen vrijdag. Achter dat gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil, zo blijkt uit de gepresenteerde cijfers.
In datzelfde schooljaar verliet 14,7 procent van de jongens vroegtijdig de schoolbanken, tegenover 9,5 procent van de meisjes.
Bij jongeren die thuis met niemand Nederlands spreken, was de kans op vroegtijdig schoolverlaten in 2023-2024 meer dan drie keer hoger dan bij jongeren die thuis uitsluitend Nederlands spreken: respectievelijk 24,7 procent en 7,0 procent.
Opleiding moeder
Bij jongeren van wie de moeder een diploma hoger onderwijs heeft, verliet 4,8 procent vroegtijdig de schoolbanken. Bij jongeren van wie de moeder het lager onderwijs niet heeft afgewerkt, liep dat aandeel op tot 32,1 procent.
In het schooljaar 2023-2024 verliet 17,8 procent van de jongeren die in centrumsteden of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wonen vroegtijdig de schoolbanken. In niet-centrumsteden was dat gemiddeld 10,1 procent.
Kloof tussen onderwijsvormen
In het schooljaar 2023-2024 verliet in het algemeen secundair onderwijs (aso) 2,8 procent van de leerlingen vroegtijdig de schoolbanken, tegenover 8,6 procent in het technisch secundair onderwijs (tso). In het kunstsecundair onderwijs (kso) en het beroepssecundair onderwijs (bso) ging het om respectievelijk 11,1 en 25,7 procent. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) verliet 38 procent van de jongeren het onderwijs vroegtijdig.
Jojo-effect
Het percentage vroegtijdige schoolverlaters vertoont de afgelopen vijftien jaar een grillig patroon. Het daalde tussen de schooljaren 2010-2011 en 2014-2015, maar steeg opnieuw tussen 2014-2015 en 2018-2019, van 9,7 procent naar 12,1 procent.
Tijdens het eerste coronajaar (2019-2020) zakte dat percentage naar 9,4 procent. In 2020-2021 steeg het aandeel vroegtijdige schoolverlaters naar 12 procent en in 2021-2022 naar 14,1 procent, om vervolgens te dalen tot 13,2 procent in 2022-2023 en 12,2 procent in 2023-2024.