Nieuwe beelden onthullen schatten aan boord van eeuwenoud scheepswrak ter waarde van 18 miljard euro
De ‘heilige graal van de scheepswrakken’ wordt het bij Cartagena in Colombia gezonken schip San José genoemd. Nieuwe wetenschappelijke beelden van het wrak tonen goudstukken die bewijs leveren dat het toebehoorde aan het legendarische Spaanse oorlogsschip, dat meer dan 300 jaar geleden zonk. De immense waarde van het schip vormt al jaren het middelpunt van een juridisch conflict tussen verschillende landen.
KIJK. Hier ligt het gezonken schip San José
De Colombiaanse president Gustavo Petro wil het eeuwenoude Spaanse galjoen, met een naar verwachting miljardenschat aan boord, nog voor het einde van zijn termijn in 2026 boven water laten halen. Versneld, want er zijn kapers op de kust.
Zo’n 200 ton aan goud, zilver en smaragden en miljoenen munten zouden zich in het scheepswrak San José bevinden. Alles samen goed voor een huidige waarde tussen naar schatting 3,5 tot 18 miljard euro.
Nieuwe details over goudstukken aan boord van het scheepswrak, bevestigen dat ze afkomstig zijn van het schattenschip San José.
Onderzoekers gebruikten een onbemand onderwatervoertuig om het wrak te verkennen. Via fotogrammetrie maakten ze 3D-reconstructies van de munten, waarop o.a. het Jeruzalemkruis en heraldische symbolen van de Spaanse kronen van Castilië en León te zien zijn. Sommige munten dragen het muntteken van Lima, Peru, en dateren uit 1707, wat het tijdstip van de schipbreuk bevestigt.
Zeldzame kans
“Met de hand geslagen, onregelmatig gevormde munten waren meer dan twee eeuwen lang het voornaamste betaalmiddel in de Amerika’s”, aldus hoofdonderzoeker Daniela Vargas Ariza van het Colombiaanse Nationaal Instituut voor Geschiedenis en Antropologie in een verklaring die dinsdag werd gepubliceerd. “De Tierra Firme-vloot, onder bevel van het galjoen San José, had het exclusieve monopolie op het vervoer van koninklijke schatten tussen Zuid-Amerika en het Iberisch Schiereiland,” zei ze verder.
“Deze vondst biedt een zeldzame kans om een onderwaterarcheologische site te onderzoeken en onze kennis van de maritieme handel en vaarroutes in de achttiende eeuw te verdiepen”, aldus Vargas Ariza.
Het legendarische Spaanse vlaggenschip met 62 kanonnen voer in 1708 vanuit Portobelo in Panama naar Cartagena aan het hoofd van een schatvloot van 14 koopvaardijschepen en drie Spaanse oorlogsschepen, toen het een Brits eskader tegenkwam voor de kust van het schiereiland Baru, ten zuiden van Cartagena in Colombia. Het kwam tot een gevecht waarbij de opslagplaats met kruit ontplofte.
Naast de vermeende schatten, die de Spanjaarden in de zes jaar daarvoor hadden buitgemaakt in Latijns-Amerika, verdwenen op 8 juni 1708 met het schip ook 589 van de 600 zeelieden aan boord naar de zeebodem. Slechts elf bemanningsleden konden worden gered.
Wie heeft recht op de schat?
Niet enkel Colombia claimt al decennialang het eigendomsrecht van de San José, maar ook Spanje, de Boliviaanse inheemse bevolkingsgroep Qhara Qhara, én het Amerikaanse bergingsbedrijf Glocca Morra, dat beweert in 1981 als eerste het wrak te hebben gevonden. Glocca Morra, vandaag Sea Search Armada genaamd, gaf de coördinaten destijds door aan Colombia met de voorwaarde dat de helft van de erg waardevolle lading naar het hen zou gaan. Qhara Qhara eist de schat dan weer op omdat hun volk het goud en de juwelen aan boord onder dwang had moeten delven. En Spanje? In 1708 behoorde het schip toe aan de Spaanse koning Filips V, vandaar hun claim.
In 2015 kondigde de Colombiaanse regering op haar beurt aan dat marineduikers het legendarische scheepswrak hadden ontdekt op 200 meter diepte, maar wel op een andere plaats dan Sea Search Armada had aangegeven. De exacte locatie blijft staatsgeheim. Maar het Amerikaanse bedrijf zag dat anders en trok, volgens Bloomberg, naar de rechter om de helft van de schat op te eisen, zijnde 10 miljard dollar of ruim 9 miljard euro.
In 2022 kwam een Colombiaans duikteam boven water met indrukwekkende beelden van de perfect bewaarde lading van de San José. En nu wil het land duidelijk haast maken om het schip nog voor het einde van de ambtstermijn van president Gustavo Petro in 2026 te bergen, met de hulp van de privésector. “Dit is een van de prioriteiten van de regering”, aldus minister van Cultuur Juan David Correa.
LEES OOK.