Lichamen van twee vermiste Kempenaars na 34 jaar teruggevonden in Zwitserse Alpen
Na 34 jaar lijkt er eindelijk duidelijkheid te komen over het lot van twee Belgische wandelaars die in september 1992 spoorloos verdwenen tijdens een bergtocht in de Zwitserse Alpen. Op de Triftgletsjer nabij Saas-Grund zijn twee stoffelijke overschotten gevonden. Bij de lichamen werden ook identificatiepapieren aangetroffen die erop wijzen dat het om de twee vermiste Kempenaars gaat.
De twee Belgische wandelaars vertrokken op vrijdagochtend 4 september 1992 vanuit de Weissmieshütte, op 2.726 meter hoogte, richting de Almagellerhütte. Hun geplande route ging over de top van de Weissmies, een berg met een hoogte van 4.017 meter. Onderweg kregen de twee wandelaars te maken met bijzonder slechte weersomstandigheden. Ze bereikten hun bestemming nooit.
KIJK. Glacioloog over de gevaren van de Triftgletsjer: “Spleten kunnen tientallen meters diep zijn”
Een eerste zoekactie met helikopters leverde destijds niets op. Enkele maanden later, in januari 1993, vond een wandelaar op de Triftgletsjer wel een klimrugzak. Het was een belangrijke aanwijzing, maar de vermiste mannen werden niet gevonden.
Rugzak
In augustus 1994 volgde een nieuwe zoekactie. Een team van Belgische speleologen onderzocht tijdens een expeditie de kloven rond de plaats waar de rugzak was aangetroffen. Ook die zoektocht bleef zonder resultaat. Decennialang bleef het onduidelijk wat er precies met de twee wandelaars was gebeurd.
Daar kwam eind juli van dit jaar een einde aan. Op vrijdag 31 juli 2026 bracht de lokale politie de families op de hoogte van de vondst van twee stoffelijke overschotten op de Triftgletsjer. De identificatiepapieren die bij de lichamen werden teruggevonden, versterken het vermoeden dat het om de twee Belgen gaat.
De betrokken families wensen deze moeilijke periode in alle rust te kunnen beleven.
Familieleden van de twee vermiste Kempenaars hebben DNA-stalen afgestaan die momenteel worden onderzocht. Pas wanneer dat onderzoek is afgerond, kunnen de stoffelijke overschotten officieel worden geïdentificeerd en de lichamen vrijgegeven.
Voor de families betekent de vondst na ruim drie decennia een bijzonder aangrijpend moment. Na 34 jaar komt er wellicht een einde aan de onzekerheid. “De betrokken families wensen deze moeilijke periode in alle rust te kunnen beleven”, klinkt het bij de nabestaanden.