4 op de 10 bestuurders mijden stad wegens parkeerellende
Geen zin in een halfuur blokjes rijden, torenhoge tarieven of onbegrijpelijke parkeerregels? Je bent niet alleen. Uit een nieuw onderzoek van mobiliteitsorganisatie Touring blijkt dat parkeerfrustratie ons met de wagen uit de steden houdt. Bijna vier op de tien bestuurders zeggen steden links te laten liggen omdat parkeren er (te) moeilijk is geworden.
De Belgische automobilist is niet bepaald te spreken over het parkeerbeleid in onze centrumsteden. Een kwart zegt in het algemeen ontevreden te zijn over de parkeermogelijkheden tijdens de gebruikelijke verplaatsingen, zo blijkt uit de bevraging van Touring bij 1.000 Belgen. Het gaat dan onder meer over (te) hoge parkeertarieven, beschikbare betaalmethoden en soms onduidelijke regels over de maximale parkeertijd of het gebruik van de parkeerschijf. Voor liefst vier op de tien autobestuurders (40 procent) is het op straat vaak zelfs onduidelijk of er betalend parkeren geldt.
Maar onze grootste frustratie blijft toch het tekort aan beschikbare parkeerplaatsen. En die ergernis is bij sommigen zó groot dat bijna één op de vijf (18 procent) toegeeft uit pure ellende weleens bewust op een verboden plek te gaan staan, zoals op een laad- en loszone, een parkeerplaats voor mensen met een handicap of het voetpad.
Dat is vanzelfsprekend nooit een goed idee, waardoor velen de stadscentra gewoon vermijden. “De drempel om een stad in te rijden wordt steeds groter”, zegt Danny Smagghe van Touring. “Liefst 80 procent van de Belgen past zijn verplaatsingen aan vanwege parkeerhindernissen.”
“Wie met de auto gaat, kiest bewust voor bestemmingen waar gemakkelijk en voordelig geparkeerd kan worden.” Zo zeggen ruim vier op de tien (43 procent) vaker voor baanwinkels of overdekte shoppingcentra te kiezen. Maar zelfs hele steden worden gemeden. Bijna vier op de tien bestuurders (38 procent) laten steden links liggen omdat parkeren er (te) moeilijk is. “De Belg omzeilt liever een hele stad dan een parkeerprobleem”, aldus Smagghe.
Auto is privileges kwijt
Parkeren in de stad was altijd al lastig, maar steden werden de voorbije jaren ook almaar strenger voor wagens, zeker voor wie er niet woont. “Steden en gemeenten hebben daar effectief op ingezet”, zegt verkeersexpert Dirk Lauwers (UAntwerpen/UGent). “Het privilege voor de auto is ingeperkt. De wagen is er meer en meer ‘te gast’ geworden, en er zijn veel meer faciliteiten gekomen voor de fietser en meer ruimte voor voetgangers, terrassen en groen. De auto moet inleveren. Er zijn vandaag trouwens ook beduidend meer mensen die met de fiets naar de stad komen.”
Zo mag je als stadsbezoeker in Antwerpen sinds 1 augustus 2023 in het historisch centrum niet meer op straat parkeren. Die plaatsen zijn voorbehouden voor bewoners met een vergunning. Andere steden weren de auto door de kern autovrij of autoluw te maken. Het historische hart van Gent is een van de grootste aaneengesloten autovrije gebieden van Europa, waar je zonder vergunning onherroepelijk op een boete botst. Ook in Leuven, Mechelen, Brugge en Hasselt zijn de winkelgebieden grotendeels autovrij.
Erbuiten wordt het straatparkeren voor niet-inwoners vaak sterk ontmoedigd, door forse tarieven of de maximale parkeerduur te beperken tot 2 of 4,5 uur. Almaar meer steden werken daarbij met een ingewikkelde lappendeken aan groene, grijze en rode zones.
Het zorgt allemaal voor een opmerkelijke ruimtelijke opsplitsing. “Vlaanderen is zich aan het opdelen: enerzijds heb je de steden die almaar verkeersluwer worden, en anderzijds wat je het echte ‘Autoland’ kan noemen: het buitengebied en de steenwegen met de grote parkings aan de winkels. Daar kán je vaak ook niet anders dan met de auto gaan omdat het openbaar vervoer er meer en meer ontbreekt en de afstanden vaak te groot zijn om met de fiets af te leggen.”
Toch zijn onze steden allesbehalve woestijnen geworden, merkt Lauwers op. Integendeel: op grote winkelassen zoals de Brusselse Nieuwstraat en de Antwerpse Meir kun je elk weekend over de koppen lopen. Volgens Danny Smagghe van Touring is het doelpubliek daar bereid om voor zo’n specifieke winkelervaring een extra inspanning te leveren: “Wie op de Meir wil winkelen, heeft het er vaak voor over om een duurdere ondergrondse parking te betalen. Antwerpen is daar ook goed van voorzien, met onder meer ruime betaalparkings onder de Groenplaats, in de Kloosterstraat en aan de Meir zelf.”
Niet moeilijker
Dat het de automobilist moeilijker wordt gemaakt, klopt in feite niet, stelt Lauwers. “Er staan vandaag in alle centrumsteden heel duidelijke routes naar de beschikbare betaalparkings aangegeven. Zo hoef je voor die parkings niet meer doelloos rond te rijden.”
Bovendien is het centrum van de Scheldestad vlot bereikbaar met de trein en werd er de voorbije jaren massaal geïnvesteerd in gigantische, moderne P+R-gebouwen aan de rand (Linkeroever, Merksem, Luchtbal), met duizenden goedkope parkeerplaatsen en tramlijnen die je rechtstreeks naar het centrum brengen. “Ook Gent heeft onlangs P+R The Loop nog uitgebreid. Al staat Antwerpen hierin wel veruit het verst”, erkent Lauwers. Vooral de hoofdstad kampt historisch met een groot tekort aan efficiënte overstapparkings aan de stadsrand.
LEES OOK.