Aangrijpend verhaal over alcohol in het verkeer gaat viraal
Er is één verhaal dat je deze week absoluut moet gelezen hebben. Het relaas van Sophie Lodewijks over het zware verkeersongeval waarbij haar vriend Lander het leven liet en haar moeder in coma belandde, deed gisteren de site van Charlie Magazine crashen. Onder de titel 'De moordenaar die alcohol heet' beschrijft Lodewijks haarfijn het tragische ongeval. De auto waarin ze met haar ouders en haar vriendje op reis ging, werd aangereden door een dronken chauffeur. De auto ging zeven keer over de kop. Met haar openhartig relaas wil Lodewijks het gevaar van alcohol onderstrepen. In het verkeer én daarbuiten.
Zo begint het artikel dat inmiddels massaal wordt gedeeld op sociale media.
"Eerste lentedag...
"Opstaan jongens, we gaan zo rijden." Het is twee uur 's nachts en mijn vader staat in de deuropening van mijn slaapkamer. Voorzichtig maak ik mijn vriend wakker "Eeey Lander, opstaan, we gaan op vakantie."
De pick-up jeep lijkt groot maar die achterbank blijkt verdomd klein. Met zijn mond vol ontbijt roept papa naar ons: "En jongfens zitten jullie een beeftje lekkfer daar afterin?" - "Jaja, we doen ons best", antwoord ik al sjorrend aan het dekbed. Het is donker en er is geen kat op de weg. Lander en ik liggen op de achterbank. Na een hoop gedraai en geprop, hebben we besloten dat deze lepeltjeshouding ons prima bevalt. Ik lig knus met mijn rug tegen Landers' borst, hij met zijn armen om mij heengeslagen. "Lig je lekker?", vraagt hij. Ik lach en teken een smiley op het raam boven ons hoofd. "Slaap lekker, vriendje, straks worden we wakker in de sneeuw." "Mmm", antwoordt hij, "Slaapwel, Sophietje". Ik luister naar zijn ademhaling die steeds zwaarder wordt.
Opeens een knal. Ik word vanaf de achterbank naar voren gekatapulteerd waar ik tussen de twee voorstoelen klem kom te zitten. Ik worstel mezelf recht, klamp me vast aan papa's hoofdsteun en schreeuw "Wat doe jij!" "Hou je vast!!", brult mijn vader. Zijn stem gaat door merg en been. Paniek. Tegen hoge snelheid duikelen we de diepte in. Ik zie felgroene grassprietjes door de voorruit op me af komen. Het gras is felgroen omhuld met een glanzend laagje zilverkleurig ochtenddauw. Het is de eerste dag van de lente.
Ik droom. Ik denk dat ik droom. Het is pikdonker. Ik heb geen idee waar ik ben. Ik kan niet bewegen. Ik droom. Of toch niet? Ik heb zin om verder te slapen. Waar was ik voordat ik ging dromen? Ik lag met Lander in de auto. Lander? Lander! We zijn verongelukt. Kut. Ik moet hier uit. Ik roep. Maar ik zie niks. Ik hoor niks. Ik voel niks. Puur afgaand op mijn instinct probeer ik me los te wringen uit datgene wat mij vasthoudt. Pas nu besef ik dat ik in het dekbed gerold lig waaronder wij in slaap vielen. Ik wil die auto uit! Ik ben bezorgd om Lander. Ik mag hem geen pijn doen want hij ligt hier ergens naast me. Voorzichtig wring ik me uit het dekbed. Via het kapotte zijraampje kruip ik op ellebogen en knieën naar buiten. Asfalt. Glasscherven knarsen in mijn huid. Ik ben verdoofd. Ik kan niet verder kijken dan waar ik me op dat moment bevind. Lander moet die auto uit! Ik hoor mijn naam ergens in de verte. Suf probeer ik mijn hoofd op te richten. "Oh Sophie, je bent niet dood!" Ik zie mijn vader vaag in de verte. De straatlantaarns schijnen een gelig licht op hem. Kromgebogen komt hij op mij af gestrompeld. Alles gaat heel traag.
Het besef dat ik midden op het asfalt tegen het levenloze lichaam van mijn vriendje lig, komt als een mokerslag binnen.
Lees hier verder