Actieplan voor extra werkkrachten in zorgsector opgefrist
De Vlaamse regering heeft een conceptnota goedgekeurd voor het tweede actieplan 'Werk maken van werk in de zorgsector'. Het gaat om de geactualiseerde versie van het actieplan dat in 2010 werd opgesteld om extra werkkrachten aan te trekken in de zorgsector. Eén van de actiepunten is het creëren van voldoende stageplaatsen. Dat heeft Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen bekendgemaakt.
De uitdagingen in de zorgsector zijn niet nieuw. Door de vergrijzing stijgt de vraag naar zorg. Het Planbureau berekende in 2010 al dat er tegen 2015 60.000 extra arbeidskrachten nodig zijn in de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten. Om in te spelen op die uitdaging werd in 2010 het actieplan "Werk maken van werk in de zorgsector" gelanceerd. Er kwamen onder meer maatregelen om de instroom te versterken en om het huidige personeel efficiënter in te zetten.
Die maatregelen hebben volgens minister Vandeurzen al hun vruchten afgeworpen. Zo is het aantal openstaande vacatures bij de VDAB in de zorgsector voor het eerst in zes jaar licht gedaald en blijft het aantal studenten in verschillende zorgopleidingen stijgen.
De Vlaamse regering zette nu het licht op groen voor een geactualiseerde versie van het actieplan. Opnieuw komen er maatregelen om jongeren warm te maken voor een job in de zorgsector. Zo komt er een promotiecampagne om jongeren te informeren over de mogelijkheden in de zorg- en welzijnssector. Daarnaast is het de bedoeling voldoende stageplaatsen te creëren en de kwaliteit van die stages te versterken.
"Een goede stage-ervaring is vaak doorslaggevend bij de keuze van een toekomstige job. Uit onderzoek blijkt dat 88 procent van de studenten zijn beroepskeuze maakt op basis van de stage-ervaring", legt Vlaams zorgambassadeur Lon Holtzer uit.
Het actieplan wil ook nagaan of het huidig zorgpersoneel "slimmer" kan ingezet worden. "Hoe kunnen we door de zorg anders te organiseren meer doen met de beschikbare medewerkers, met behoud van kwaliteit van zorg?", luidt het.