Auditeur: "Voorlopige schorsing Koekelberg is onwettig"
De voorlopige schorsing die Paul Van Thielen, commissaris-generaal ad interim van de federale politie, heeft opgelegd aan zijn voorganger Fernand Koekelberg, is op het eerste gezicht onwettig en moet opgeschort worden. Dat heeft de auditeur bij de Raad van State deze namiddag geadviseerd. Volgens de auditeur was commissaris-generaal Van Thielen niet meer bevoegd om Koekelberg voorlopig te schorsen. Als de Raad van State het advies volgt, is het al de tweede keer dat Koekelbergs schorsing wordt opgeschort. De Raad van State doet vanavond of morgenvoormiddag uitspraak.
Na de zogenaamde canapébenoemingen en de zaak-Delvaux werd Koekelberg vorige maand door zijn ex-vriendin beschuldigd van verkrachting. Daarop werd Koekelberg geschorst door commissaris-generaal Van Thielen in zijn huidige functie. Die voorlopige schorsingsbeslissing werd bevestigd door minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom, maar Fernand Koekelberg ging in beroep bij de Raad van State. Die schorste afgelopen vrijdag de beslissing van de minister omdat Koekelberg niet verhoord was door Van Thielen zelf, waarop minister Vanhengel, die minister Turtelboom verving, de bevestiging introk.
Geen urgentie
Commissaris-generaal Van Thielen nam daarop zaterdag een nieuwe voorlopige schorsingsbeslissing en besliste om Fernand Koekelberg vandaag te horen. Volgens de advocaat van Koekelberg was die nieuwe schorsing niet gerechtvaardigd omdat er geen urgentie meer was. De auditeur volgde dat argument maar ging nog een stap verder. Hij oordeelde dat Van Thielen enkel bevoegd was zolang het om een uiterst dringend geval ging. Na de intrekking van de ministeriële bevestiging was die dringendheid er niet meer, zodat Van Thielen niet meer bevoegd was, aldus de auditeur.
De auditeur was het ook eens met de verdediging van Fernand Koekelberg dat er sprake kon zijn van een ongelijke behandeling omdat Koekelberg wel geschorst werd nadat hij door de onderzoeksrechter in verdenking was gesteld, terwijl dat niet gebeurd was met een andere commissaris van het commissariaat-generaal die in verdenking was gesteld voor valsheid in geschrifte.
Procedure
De advocaat van de Belgische staat had op zijn beurt aangevoerd dat de procedure die commissaris Koekelberg bij de Raad van State had ingesteld, onontvankelijk was omdat de beslissing van commissaris-generaal Van Thielen geen definitieve maar slechts een voorbereidende administratieve handeling was. Daar was de auditeur het dan weer niet mee eens. Volgens hem had de beslissing van commissaris-generaal Van Thielen wel onmiddellijke gevolgen en was de eis tot schorsing wel degelijk ontvankelijk.
Kansen getorpeteerd
Koekelberg, die sinds maart niet langer in functie is als commissaris-generaal van de federale politie vanwege herhaalde aanvallen op zijn persoon, ziet de kansen om zichzelf op te volgen mogelijk getorpedeerd door de aanklacht voor verkrachting. De kandidaturen voor zijn opvolging moeten ten laatste op 3 augustus binnen zijn.
Canapébenoemingen
Sinds zijn aantreden in maart 2007 als commissaris-generaal lag Koekelberg al meermaals onder vuur. De man die algemeen beschouwd wordt als de architect van de politiehervorming, kwam hij een eerste keer in opspraak na de opvallende promoties van zijn secretaressen Sylvie Ricour en Anja Savonet - de zogenaamde canapébenoemingen. Het Comité P, dat de politie controleert, vond die onwettig. De twee vrouwen werden tijdelijk geschorst door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael. Alle procedures tegen Koekelberg zouden evenwel op niets uitdraaien. De zaak deed wel heel wat stof opwaaien en leidde zelfs tot het uit de rekken halen van het weekblad Humo, na een satirische fotomontage in de rubriek 'Het gat van de wereld'.
Dure reis naar Qatar
Later kreeg Koekelberg het aan de stok met toenmalig minister van Binnenlandse zaken Guido De Padt, die vermoedde dat de politiebaas hem wilde chanteren met een anonieme klacht. De tuchtoverheid nam daarop enkele bevoegdheden van Koekelberg af, maar de Raad van State maakte dat ongedaan. Uiteindelijk besliste Koekelberg zelf zijn ontslag in te dienen na de commotie die was ontstaan na zijn reis naar Qatar. Hij was naar het land afgezakt om te lobbyen voor een mandaat bij Interpol, maar er werden serieuze vragen gesteld bij de manier waarop dat gebeurde. Koekelberg en Ricour werden onder meer verweten dat ze te dure Delvaux-koffers hadden aangekocht met politiegeld. Ook lekte uit dat de reis 92.000 euro had gekost, terwijl de Inspectie van Financiën positief advies had gegeven voor een reis van 35.000 euro.
Doorlichting boekhouding
Na een eerste onderzoek concludeerde het Comité P dat Koekelberg formeel niets te verwijten viel. Hij had alle formele regels nageleefd, zo klonk het. Later raakte bekend dat het Comité P een nieuw onderzoek startte naar de reis. Ook vroeg ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom de Algemene Inspectie (AIG) van de politie om de boekhouding van het commissariaat-generaal van de federale politie grondig door te lichten. De resultaten van die onderzoeken zijn nog niet bekend.
Nieuwe functie
Een maand nadat Koekelberg ontslag nam, raakte bekend dat hij een nieuwe functie kreeg. Hij zou adviseur worden van zijn voorlopige opvolger, Paul Van Thielen. Koekelberg moest onderzoeken hoe beter samengewerkt kon worden tussen de politie en de deelstaten. Begin juli werd de functie van commissaris-generaal dan vacant verklaard. In september zou de selectieprocedure voor de opvolging van Koekelberg afgerond zijn. De rust rond de persoon van Koekelberg leek daarmee definitief terug te keren, tot de onderzoeksrechter hem in verdenking stelde voor verkrachting. Koekelberg ontkent de aantijgingen met klem. (belga/vsv)