Auto verliest terrein in Brussel
Het autoverkeer op de Brusselse wegen is tussen 2003 en 2013 met zeven procent afgenomen. Dat stelt staatssecretaris voor Mobiliteit Bruno De Lille (Groen) vandaag in De Standaard. Omdat in diezelfde periode het bevolkingsaantal met 16 procent toenam, is de relatieve daling volgens hem nog veel groter. Open Vld en Touring zeggen dat De Lille de cijfers naar zijn hand zet.
De cijfer werden opgemeten door speciale camera's op driehonderd punten in het Brussels gewest. "De auto verschuift bij de Brusselaars stilaan naar het tweede plan. Het openbaar vervoer, fietsen en stappen winnen aan belang", zegt De Lille. Toch is er nog veel marge voor die vervoersmiddelen.
Hij ontkent niet dat het soms lang aanschuiven is in de hoofdstad. "Er zijn minder auto's, maar er is ook minder ruimte voor de auto". Zo verdringen snelle busverbindingen met een eigen bedding, trams en zone-30's de wagen uit het straatbeeld. Op Radio 1 verduidelijke De Lille bovendien dat het "fysiek onmogelijk" is om iedereen in Brussel met de auto te laten rijden. Dat toonde een staking van de MIVB een aantal jaren geleden aan, waarbij Brussel compleet vastzat.
De Lille wil dat pendelaars nu al een alternatief krijgen door het Gewestelijk Expressnet (GEN) nu al op te starten. De NMBS ziet een opstart pas in 2022, maar De Lille zit binnenkort samen met de nieuwe NMBS-topman Jo Cornu over het dossier.
"Autobestuurder staat nog altijd vast"
Volgens Open Vld en Touring zet de staatssecretaris de cijfers echter naar zijn hand. "Dat de autodruk omlaag gaat, zal wel correct zijn. Maar daar schiet de automobilist geen meter mee op als de files niet verdwijnen", reageert Brussels schepen voor Mobiliteit Els Ampe (Open Vld). "Het autoverkeer is aangepakt, zonder voorafgaandelijk over goede alternatieven na te denken. Zeker voor mensen die van buiten de stad komen", luidt het bij de automobielorganisatie.