Belgische F16's droppen steeds meer bommen in Libië
De Belgische F-16's voeren boven Libië steeds meer opdrachten uit waarbij bommen worden ingezet. Dat blijkt uit cijfers van het Belgische ministerie van Defensie die De Standaard kon inkijken.
Ruim twee maanden na de eerste bombardementen tegen het regime van de Libische leider Mouammar Kadhafi op 19 maart, groeit onder de betrokken NAVO-lidstaten de bezorgdheid dat de oorlog langer zal duren en duurder zal uitvallen dan gehoopt. Ook na ruim 8.000 vluchten, waarvan er 3.000 tot een bombardement leidden, wijst niets op een snelle overgave van Kadhafi.
Tachtigtal bommen
De zes Belgische F-16's hebben tussen het begin van de oorlog en 18 mei al 158 vluchten uitgevoerd boven Libië tijdens 75 opdrachten, aldus cijfers van Defensie. Bij 39 opdrachten voerden ze ook bombardementen uit. Daarbij vielen volgens Defensie geen burger doden op de grond.
De verschillende landen mogen van de NAVO sinds kort niet meer communiceren over hun aandeel in de hele operatie, maar de Belgen hebben volgens De Standaard in ruim twee maanden al een tachtigtal bommen gedropt.
Kosten
Die intensivering van de bombardementen verklaart ook waarom de oorlog in Libië voor de eerste drie maanden duurder zal uitvallen dan gedacht: Defensie raamde eind maart de kostprijs voor de inzet van F-16's en de mijnenjager Narcis op 12 miljoen euro. Nu gaat Defensie uit van een kostprijs voor de eerste drie maanden van 13,2 miljoen euro. (belga/sam)