Belgische inlichtingendiensten mogen binnenkort meer AI gebruiken
De Belgische inlichtingendiensten krijgen binnenkort meer wettelijke mogelijkheden om AI te gebruiken in hun werking. Minister van Justitie Annelies Verlinden had daarover een voorontwerp ingediend, dat vandaag goedkeuring kreeg op de ministerraad. Instellingen zoals de Staatsveiligheid en ADIV mogen nu een breder arsenaal aan technologieën inzetten.
Onze veiligheidsdiensten werken al jaren binnen een strikt wettelijk kader. Denk aan ADIV, kort voor de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, en de Staatsveiligheid.
Ze verzamelen inlichtingen om dreigingen te detecteren en die informatie geven ze door aan de overheid. Zo mogen ze agenten inzetten, maar ook telefoongesprekken afluisteren, microfoons en camera’s plaatsen of internetactiviteit monitoren.
Het huidige wettelijke kader daarvoor dateert al van 1998 en is “ingehaald door technologische evoluties”, zegt Verlinden. Met een nieuw wetsontwerp, dat zonet is goedgekeurd, past ze daar een mouw aan. Want de regels waren te strikt: diensten moesten teveel regels volgen en voor heel wat zaken toestemming vragen. Bijvoorbeeld wat AI betreft.
Nu daarentegn zullen de inlichtingendiensten meer en gemakkelijker artificiële intelligentie mogen gebruiken. Die moet wel “betrouwbaar en ethisch” zijn en “vooraf worden getest in een gecontroleerde omgeving”. Om welke tools het zou kunnen gaan, is nog niet duidelijk.
Dreigingen neutraliseren nog voor ze er zijn
Daarnaast krijgen de inlichtingendiensten ook de mogelijkheid om dreigingen niet alleen te detecteren, maar ook al te neutraliseren voor ze schade kunnen aanrichten. Ook over de manier waarop dat zou kunnen gebeuren, ontbreken details.
Momenteel kan de Staatsveiligheid bijvoorbeeld wel op de hoogte zijn van een jongere die online terroristische propaganda verspreidt, maar het kan in dat geval geen contact opnemen met de ouders. Dat moet nu via een nota een politie en parket, waarna er eventueel een gerechtelijk onderzoek kan starten, terwijl dat niet altijd nodig is.
Het voorontwerp van wet moet eerst nog voor advies passeren bij de Raad van State, het Comité I en het College van procureurs-generaal.