Belgische staatsveiligheid bleef blind voor NSA-spionage
De Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV hebben te passief gereageerd op de massale spionage door het Amerikaanse National Security Agency (NSA). Dat schrijven De Morgen en De Standaard vandaag, op basis van een rapport van het Comité I, dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten.
Daaruit blijkt dat de staatsveiligheid, in de context van de onthullingen door ex-NSA-medewerker Edward Snowden, "weinig zicht had op de aard en grootte van de acties van bevriende grootmachten", luidt het. "Voor en na de onthullingen van Snowden heeft de Staatsveiligheid voor de overheid geen globale analyse gemaakt over massale data-captatie".
Een verklaring voor de houding ziet het Comité I in het feit dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bevriende landen zijn "en dat heeft een verregaande invloed op de houding van de Staatsveiligheid. Hun geheime diensten leveren veel nuttige informatie en de Staatsveiligheid wil die niet in gevaar brengen. Bovendien ziet ze de mogelijke massale schending van de privacy van Belgische burgers en ondernemingen niet als een dreiging die door haar dient te worden opgevolgd".