"Belkacem lacht zelfs met wanhopige moeders die hun frustratie uitschreeuwen"
Op het terrorismeproces van Shariah4Belgium heeft het Openbaar Ministerie geantwoord op de argumenten die de advocaten van de beklaagden naar voren hadden geschoven tijdens hun pleidooien. De aanklagers bleven bij hun standpunt dat Sharia4Belgium een terroristische groep is die via de gewapende strijd streefde naar de oprichting van het kalifaat.
Voor alle beklaagden werd de voorbije weken de vrijspraak gepleit. De verdediging meent dat het openbaar ministerie niet het bewijs levert voor de beschuldigingen waarvoor de beklaagden vervolgd worden.
"Als ik de verdediging zo hoor, dan is er maar één conclusie: het Openbaar Ministerie heeft zich vergist. Shariah4Belgium is geen terroristische groep, maar een hulporganisatie die moslims in nood helpt en Fouad Belkacem is de godsdienst- en turnleraar die jongeren klaarstoomt voor hulpverlening in Syrië", sneerde aanklager Luc Festraets.
"Zondeboktheorie houdt geen steek"
Zijn collega Ann Fransen zette nog eens de bewijzen uiteen waarom Shariah4Belgium als een terroristische groep beschouwd moet worden, die al van bij de oprichting een duidelijke doelstelling nastreefde: het omver werpen van de democratische rechtstaat en het oprichten van een islamitische staat. Het Syrische strijdgebied had daarvoor de eerste uitgelezen kans geboden.
Vervolgens werd er per beklaagde geantwoord op de opgeworpen argumenten. De grote zondeboktheorie die de advocaten van Belkacem naar voren hadden geschoven, houdt volgens het openbaar ministerie geen steek: het onderzoek toont duidelijk aan dat hij de onbetwistbare leider is die jonge moslims radicaliseerde en die een verpletterende verantwoordelijkheid draagt voor hun vertrek naar Syrië.
"Belkacem lacht met alles en iedereen"
"Mijn ambt is er vrij gerust in dat er meer dan genoeg bewijs tegen Belkacem is. Er kunnen geen verzachtende omstandigheden voor hem weerhouden worden en enkel de maximumstraf van 15 jaar is op zijn plaats. Belkacem lacht met alles en iedereen, zelfs met wanhopige moeders van Syriëstrijders die hier hun frustraties uitschreeuwen", stelde Festraets.
Jejoen Bontinck kan volgens hem wel verantwoordelijk gesteld worden voor zijn daden. Hij handelde dus niet in een vlaag van godsdienstwaanzin, zoals de verdediging aanvoerde. "Hij werd onderworpen aan een indoctrinatieproces, maar het is niet zo dat zijn vrije wil daardoor volledig werd uitgeschakeld. Dat blijkt ook niet uit het psychiatrisch onderzoek. Artikel 71 over de onweerstaanbare dwang is hier dan ook niet van toepassing."
"Niet onze taak om schouderklopjes te geven"
Festraets voegde er ook nog aan toe dat het niet de taak van het openbaar ministerie is om schouderklopjes te geven voor bekentenissen. De advocaat van Jejoen meent immers dat de gevorderde celstraf van vier jaar te zwaar is, gelet op de uitgebreide verklaringen die zijn cliënt had afgelegd en waarvoor het openbaar ministerie 'dankbaar' moest zijn. "We mogen het belang van die verklaringen ook niet overschatten: ze bevestigden enkel de bewijselementen uit het dossier", aldus Festraets.
Het proces wordt op 24 november verder gezet en dan krijgt de verdediging het laatste woord. Het is de bedoeling dat de zaak dan in beraad wordt genomen.