BIO weerlegt commotie: "Ontwikkelingsgeld conform OESO-normen gestructureerd"
De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) reageert verbaasd over de perceptie die ontstaan is door het artikel in Le Soir. Daarin stond dat ze geld zou hebben ondergebracht in belastingsparadijzen. "Deze fondsen worden gestructureerd in verschillende jurisdicties die, volgens de normen van de OESO, een graad van transparantie hebben die vergelijkbaar is met deze van België, wat namelijk het geval is voor de Kaaimaneilanden, Mauritius en Luxemburg", luidt het in een mededeling.
BIO is ervan overtuigd dat haar operaties een aanzienlijk positieve impact hebben op de ontwikkeling van het lokale economisch weefsel in ontwikkelingslanden en op de verbetering van de leefomstandigheden van de plaatselijke bevolking.
Werking
De investeringsmaatschappij ondersteunt kmo's in ontwikkelingslanden, in een veelheid van sectoren die werkgelegenheid scheppen en lokale toegevoegde waarde. Om haar ambities te verwezenlijken investeert BIO in financiële instellingen en lokale kmo's en via investeringsfondsen gericht op lokale micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
Marktpraktijken
Wettelijk moet BIO zich bij voorkeur toeleggen op indirecte interventies en een aanzienlijk deel van haar middelen toewijzen aan intermediaire financiële structuren. Deze fondsen worden gestructureerd in verschillende jurisdicties die, volgens de OESO-normen, een graad van transparantie hebben die vergelijkbaar is met deze van België, wat namelijk het geval is voor de Kaaimaneilanden, Mauritius en Luxemburg. Zoals de Wereldbank, de Europese Investeringsbank en andere instellingen, hanteert BIO zo de marktpraktijken die gelden bij de ontwikkelingsfinanciering.
Onderzoeken
BIO benadrukt dat ze zich via grondige onderzoeken verzekert van de kwaliteit van de lokale teams die de investeringsfondsen beheren, en van de betrouwbaarheid van haar mede-investeerders.