Brussels hof van beroep fluit CREG terug
De federale energieregulator CREG is in de fout gegaan toen ze in maart en april 2011 toeliet dat distributienetbeheerders Eandis en Infrax hun distributietarieven fiks verhoogden. Volgens het hof van beroep kon de CREG de aanpassing wel goedkeuren, maar baseerde die zich daarbij op de verkeerde rechtsregels. De beslissing zou nu vernietigd moeten worden maar omdat het hof, in tegenstelling tot de Raad van State, niet kan oordelen over de gevolgen van die vernietiging, is er een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof.
De distributienettarieven voor elektriciteit liggen in principe vast voor een periode van vier jaar. Normaal gezien had er dan ook pas na 2012 een aanpassing van de tarieven kunnen gebeuren. Eandis en Infrax vroegen en kregen van de CREG echter de toestemming om vroeger een aanpassing door te voeren, om in te spelen op de stijgende kosten voor de groenestroomcertificaten voor zonnepanelen.
Negen consumenten, verzameld achter de energiespecialist van de Partij van de Arbeid (PVDA), Tom De Meester, gingen in beroep tegen die beslissing, omdat ze meenden dat het succes van de zonnepanelen en bijbehorende groenestroomcertificaten geen onvoorziene omstandigheid was en dus geen reden om een tussentijdse tariefverhoging door te voeren.
Foute rechtsgronden
Het hof van beroep heeft hen nu gedeeltelijk gelijk gegeven. Enerzijds oordeelde het hof dat er wel degelijk een groot onevenwicht bestond tussen de bestaande tarieven en de opgelopen kosten, én dat die stijging van de kosten, veroorzaakt door het succes van de groenestroomcertificaten, wel degelijk een uitzonderlijke omstandigheid was. De CREG had dus wel de bevoegdheid om de verhoging toe te laten, aldus het hof, alleen baseerde ze zich daarvoor op de foute rechtsgronden.
De CREG baseerde zich immers op de nieuwste EU-richtlijn terzake. Die was weliswaar niet tijdig omgezet in Belgische wetgevingen maar had volgens de energieregulator directe werking en dus voorrang op de bestaande Belgische wetgeving. Het hof van beroep oordeelt nu dat de CREG zich wel had moeten beroepen op de bestaande Belgische wetgeving, omdat de onderdelen van die wet over de tariefaanpassingen niet in strijd waren met de nieuwe EU-richtlijn.
Vernietigen
Het hof is nu van plan om de beslissing te vernietigen, maar doet dat nog niet. Een vernietiging zonder meer zou immers grote gevolgen kunnen hebben voor de distributienetbeheerders, die zich verplicht zouden kunnen zien om al hun klanten terug te betalen. Om dergelijke toestanden te vermijden zou het hof de bevoegdheid moeten hebben om de gevolgen van de beslissing die ze wil vernietigen in stand te houden, met andere woorden om de tariefverhoging blijvend te laten gelden, eventueel tot er een nieuwe, geldige, beslissing van de CREG zou komen. Het Brusselse hof van beroep heeft dergelijke bevoegdheid echter niet terwijl de Raad van State, die ook administratieve beslissingen kan vernietigen, dergelijke bevoegdheid wel heeft.
De raadsheren van het hof van beroep vragen zich nu af of dat verschil tussen beide gerechtshoven geen discriminatie uitmaakt en leggen die vraag voor aan het Grondwettelijk Hof. Pas als dat uitspraak heeft gedaan, kan het Brusselse hof van beroep een definitief oordeel vellen.