Brussels parket vraagt geldboete van 3.000 euro tegen Über-chauffeur
Het Brusselse parket heeft vandaag voor de politierechtbank een geldboete van 3.000 euro gevraagd tegen een Über-chauffeur. Volgens het openbaar ministerie heeft de chauffeur een taxidienst verleend zonder aan alle wettelijke voorwaarden te voldoen. Zijn advocaat, meester Jacques Verhaegen, argumenteerde echter dat Über geen taxidiensten verleent maar een vorm van autodelen die niet toegankelijk is voor het brede publiek. De komende maanden zouden nog een 40-tal andere Über-chauffeurs zich voor de politierechtbank moeten verantwoorden.
"Het ging hier duidelijk om een vorm van betaald vervoer en niet om autodelen", zei het openbaar ministerie. "Bij autodelen is het de bestuurder die beslist waar er vertrokken wordt en waar de rit eindigt. Hier heeft de chauffeur zijn wagen ter beschikking gesteld, tegen betaling, aan een klant die besliste waar hij opgehaald werd en waar hij afgezet werd. Wie een dergelijke dienst van betaald vervoer aanbiedt, moet aan een aantal voorwaarden voldoen op het vlak van medische controle, technische keuring en verzekering. Dat was hier niet het geval."
Naast de geldboete eiste het parket ook de verbeurdverklaring van de wagen van de Über-chauffeur. Volgens de advocaat van de verdediging bood Über echter geen taxidienst aan. "Über biedt enkel technologie aan voor de sharing-economie", zei meester Verhaegen. "Dit is ook geen dienst van openbaar nut, zoals een taxidienst, die verplicht openstaat voor het volledige publiek. Alleen wie zich ingeschreven heeft op het Über-platform en op voorhand alle gebruiksvoorwaarden aanvaard heeft, kan beroep doen op een Über-chauffeur, die bovendien niet verplicht is een bepaalde klant mee te nemen."
De verdediging wees er ook op dat het nieuwe taxi-plan van de Brusselse regering een duidelijk onderscheid maakt tussen taxi's en initiatieven zoals Über.
Het vonnis valt op 4 mei.