Burgemeester Aalst betreurt heisa over 'nazicarnaval'
De Aalsterse burgemeester Christoph D'Haese (N-VA) zegt namens het schepencollege dat hij het voorval met de 'nazitaferelen' in de carnavalsstoet betreurt en zeker niet wil dat iemand gekwetst zou worden. "Vooral omdat ik vorige week nog waarschuwde dat wat ze (SS-VA, red.) deden te exact was en te weinig carnavalesk." Irina Bokova, de Bulgaarse directeur-generaal van de UNESCO, had eerder furieus gereageerd op de nazifiguren in de stoet. Het carnaval van Aalst is opgenomen op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.
Tijdens de carnavalsoptocht passeerde een stoet carnavalisten als SS-officieren door de straten van Aalst. Ze trokken voor het oog van tienduizenden toeschouwers de straat op en maakten allerlei toespelingen op het vergassen van Joodse landgenoten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
"Wat gebeurde is spijtig, vooral omdat ik vorige week nog waarschuwde dat wat ze (SS-VA, red.) deden te exact was en te weinig carnavalesk", zegt burgemeester D'Haese. "Bovendien moet wat tot carnaval behoort, tot de drie carnavalsdagen beperkt worden en niet in de periode daarvoor. We willen zeker niet dat iemand gekwetst zou worden, maar je moet het ook correct contextualiseren. We hebben niets verboden, carnaval is de hoogdag van de vrije meningsuiting."
D'Haese verduidelijkt verder nog dat van de 3.500 carnavalisten, er zes tot de act van SS-VA behoorden. De burgemeester geeft ook nog mee dat het aan de Vlaamse regering behoort om op de verklaringen van UNESCO te reageren. Officieel werd de stad Aalst nog niet in kennis gebracht van de reactie.
"Onaanvaardbaar"
"Ik ben diep geschrokken door dit onaanvaardbaar schouwspel dat een belediging vormt voor de herinnering van de zes miljoen Joden die werden vermoord tijdens de Holocaust", zo klonk het eerder op de dag bij UNESCO. "Deze taferelen druisen lijnrecht in tegen alle waarden van het Aalsterse carnaval, die ingeschreven staan als onderdeel van het Cultureel Erfgoed van de Mensheid evenals tegen de waarden van UNESCO die staan voor wederzijds begrip, tolerantie en vrede."
Volgens UNESCO-directeur-generaal Irina Bokova mag de Holocaust niet gebanaliseerd worden voor lokale politieke doeleinden. "Ook al staat het carnaval voor vrijheid van meningsuiting en satire, vormt dit geenszins een rechtvaardiging om naar antisemitische stereotyperingen te grijpen."