Burgemeesters Brussel-Zuid vragen inzet militairen
De drie burgemeesters van de politiezone Brussel-Zuid vragen in een brief aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie om bijkomende middelen, inclusief de inzet van militairen. Vooral de bewaking van joodse instellingen zorgt voor extra werklast, gezien het huidige verhoogde dreigingsniveau na de aanslag op het Joods Museum in Brussel.
De extra inspanningen komen bovenop de aanwezigheid van verschillende gevangenissen in de zone, net als het grootste station van het land en verschillende wijken die een verhoogde aanwezigheid vereisen op vlak van beveiliging, aldus de burgemeesters van Sint-Gillis, Anderlecht en Vorst. In combinatie met de joodse instellingen vereisen die extra taken van de politiezone twintig voltijdse equivalenten.
Extra middelen zijn dus nodig, luidt het. Maar met de bloedige aanslagen in Parijs in het achterhoofd, stellen de drie PS-burgemeesters ook concreet de vraag om militairen te kunnen inzetten voor dit soort beschermingstaken. Volgens hen is immers sprake van een ernstige dreiging op de publieke veiligheid.
Komt er geen hulp, dan zal het op termijn niet meer mogelijk zijn om deze taken nog te vervullen zonder dat de basisopdrachten - zoals de inzet van wijkagenten - daaronder zouden lijden, waarschuwen burgemeesters Charles Picqué, Eric Tomas en Marc-Jean Ghyssels nog.