Celstraffen tot vijftien jaar gevorderd op terreurproces
Het openbaar ministerie heeft de maximumstraf van vijftien jaar cel en 50.000 euro boete gevorderd voor Fouad Belkacem, de oprichter en absolute leider van Shariah4Belgium. De federale procureur vorderde een zwaardere gevangenisstraf dan de twaalf jaar cel die hij in eerste aanleg had gekregen. Ook voor de drie andere beklaagden die in beroep gingen, werden zwaardere straffen geëist. De advocaten van Belkacem vinden dan weer dat het Antwerpse hof van beroep zich onbevoegd moet verklaren of hem moet vrijspreken.
De federale procureur heeft op het terrorismeproces ook uiteen gezet waarom Shariah4Belgium volgens haar een terroristische groep is. Shariah4Belgium werd in maart 2010 opgericht door Belkacem en Feisal Y., naar het voorbeeld van de jihadistische salafistische beweging ISLAM4UK met moslimprediker Anjem Choudary als leider. Twee jaar later ging het onderzoek naar Shariah4Belgium van start en dat resulteerde op 16 april 2013 in 48 huiszoekingen in onder meer Antwerpen, Brussel, Boom, Vilvoorde, Schaarbeek en Charleroi. Fouad Belkacem werd bij die actie opgepakt en hij zit sindsdien achter de tralies.
Wat het federale parket betreft, kan er geen twijfel over bestaan dat Shariah4Belgium een terroristische groep is. Procureur des Konings Ann Fransen verwees naar de ideologische basisteksten en video's op de website van de organisatie, waaruit duidelijk bleek dat Belkacem en Shariah4Belgium de gewapende jihad nastreefden.
"Het doel? Het omverwerpen met geweld van de bestaande politieke regimes en ze te vervangen door een kalifaat, een totalitaire islamitische staat waarbij alleen de islamitische wetgeving of shariah telt."
'Het doel? Het omverwerpen met geweld van de bestaande politieke regimes en ze te vervangen door een kalifaat'
"Voorbereiding op Syrië"
Belkacem en zijn getrouwen van eerste uur trokken op pad om daarvoor jongeren te rekruteren via 'streetdawa's' of straatpreken. In het hoofdkwartier aan de Dambruggestraat 17 in Antwerpen werden ze geïndoctrineerd met de gewelddadige jihadistische en salafistische leer via verplichte lezingen, lessen en fysieke trainingen. Jejoen Bontinck verklaarde daarover in het dossier: "Het lijkt alsof ze een spuit in je arm steken en je volledig opgezogen wordt door de organisatie en hun ideeën."
"Shariah4Belgium vormde de voorbereiding op de gewapende strijd in Syrië, want daar deed zich de eerste kans voor om het kalifaat op te richten. Vanaf augustus 2012 vertrokken de meeste leden - behalve Belkacem - naar Syrië waar ze zich aansloten bij Majlis Shura Al-Mujahidin en Jabhat Al-Nusra, terroristische groepen die gelinkt zijn aan Al Qaeda", aldus Ann Fransen.
De twee groepen houden zich bezig met gewapende missies tegen het Syrische regeringsleger, alsook banditisme, verkrachtingen, executies, zelfmoordaanslagen, plunderingen, ontvoeringen voor losgeld, etc. Uit afgeluisterde telefoongesprekken en verklaringen van teruggekeerde Syriëstrijders blijkt volgens het federaal parket duidelijk dat ook de leden van Shariah4Belgium aan die terroristische activiteiten deelnemen.
Provocatie en wansmaak
De verdediging van Belkacem vindt dat hij niet veroordeeld kan worden voor terroristische misdrijven. Zijn advocaten menen dat het hier eerder gaat over handelingen van strijdkrachten betrokken in een intern gewapend conflict en die zijn onderworpen aan het internationaal humanitair recht. Schendingen daarvan zijn voer voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Het openbaar ministerie en ook de rechter in eerste aanleg vonden dat het internationaal humanitair recht niet van toepassing is, omdat Majlis Shura Al-Mujahidin en Jabhat Al-Nusra niet onder de definitie van "strijdkrachten" vallen.
"En daar maken zowel het openbaar ministerie als de eerste rechter een foute analyse. Onze stelling is dat alle partijen die betrokken zijn in een niet-internationaal gewapend conflict, automatisch onder het internationaal humanitair recht vallen. We baseren ons hiervoor op verklaringen van de Verenigde Naties en rechtsleer terzake", pleitte meester John Maes.
Ondergeschikt betwistte hij dat Belkacem de leider van een terroristische groep is en pleitte hij de vrijspraak. Het was nooit de bedoeling van zijn cliënt om met zijn lezingen jongeren te overtuigen om naar Syrië te gaan of om ze aan te zetten tot het plegen van terroristische misdrijven.
"Sharia4Belgium blonk uit in provocatie en wansmaak en wilde tegen de schenen schoppen van de Belgische overheid. Belkacem werd daardoor echter de luis in de pels van de maatschappij. Hij werd zondebok voor het vertrek van die jongeren naar Syrië en justitie wordt nu gebruikt om hem te neutraliseren", zei Maes.
Op 14 oktober wordt de zaak voortgezet. Dan komen de advocaten van de andere beklaagden aan het woord, alsook de burgerlijke partijen.