Crevits ziet vier oorzaken voor fileleed in ons land
Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits ziet vier grote oorzaken voor de zware files in ons land: het wegennet, de wegenwerken, de stijging van het aantal verplaatsingen en de vermenging van recreatief en woon-werkverkeer. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat Belgische automobilisten van alle Europese en Noord-Amerikaanse landen de meeste tijd verliezen in de file. De files in Antwerpen en Brussel zijn erger dan die in bijvoorbeeld Londen, New York en Parijs.
De minister is zich bewust van het probleem, "maar er bestaat geen mirakeloplossing". "We kunnen niet zomaar extra wegen beginnen aanleggen, daarvoor staan er te veel huizen in Vlaanderen." Crevits herinnerde aan haar aankondiging van vorige week dat er twee nieuwe spitsstroken komen op de Vlaamse snelwegen. "Op een aantal plaatsen moeten we investeren in extra capaciteit, maar op andere plaatsen niet. Op de Brusselse Ring bijvoorbeeld, kan veel worden opgelost met een betere verkeersstroom.
14.500 verplaatsingen per minuut
In 2001 deed de Vlaming nog dagelijks gemiddeld twee verplaatsingen, met een gemiddelde totale afstand van 32 kilometer. Vorig jaar waren dat al drie verplaatsingen, goed voor 42 kilometer. Zo blijkt uit cijfers die de minister vandaag heeft vrijgegeven. "De mobiliteit van de Vlaming neemt toe", legt ze uit. Alles samen legt de Vlaming (ouder dan zes) per dag bijna 21 miljoen verplaatsingen af. Dat zijn er 14.500 per minuut.
Tweede oorzaak voor de files zijn volgens Crevits het wegennet zelf: "Bij het kleinste ongeval ontstaan er files omdat er geen alternatieve wegen zijn voor de snelwegen."
Ook de talrijke wegenwerken, "die nodig zijn om de onderhoudsachterstand in te halen", zorgen voor fileleed. Vierde oorzaak is volgens Crevits dat tijdens de avondspits het recreatieve verkeer en het woon-werkverkeer zich mengen.
Uit de cijfers blijkt nog dat functionele verplaatsingen (werken, zakelijke verplaatsingen en schoolverkeer) goed zijn voor 29,32 procent van het totale aantal, voor winkelen is dat 26,5 procent en en voor recreatieve doeleinden 30,54 procent.