Dataonderzoek legt kwaliteitsverschillen in Vlaamse kinderopvang bloot
Bijna een kwart van de Nederlandstalige crèches in Brussel heeft de afgelopen vier jaar niet voldaan aan de veiligheidsvoorschriften. In Vlaanderen lag dat cijfer een stuk lager: daar kreeg een op de tien crèches werkpunten opgelegd van de inspectie. Dat blijkt uit een groot dataonderzoek van ‘Knack’ en BRUZZ. Ze baseerden zich op 3.307 inspectierapporten over kinderdagverblijven in Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel die tussen eind 2022 en 10 augustus 2026 openbaar beschikbaar waren.
Terwijl het plaatsgebrek in de kinderopvang aanhoudt, komen er heel wat problemen bij bestaande crèches boven water. Dat gaat van te grote knuffels in een kinderbedje tot niet-omheinde tuinen of begeleiders die geen Nederlands spreken.
Als er te veel tekortkomingen zijn, kan een inspecteur een ‘advies tot handhaving’ uitbrengen. Het Agentschap Opgroeien krijgt dan het verzoek om de crèche formeel aan te manen.
Buitenruimte
Het verschil tussen Vlaanderen en Brussel is op z’n minst opmerkelijk: bijna een kwart van alle actieve Nederlandstalige crèches in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kreeg sinds 2022 zo’n aanmaning. Ter vergelijking: in Antwerpen en Gent kreeg slechts 11 procent van de crèches zo’n advies, en in heel Vlaanderen 10 procent.
“In Brussel worden de knelpunten die in heel Vlaanderen spelen als het ware uitvergroot. Zo is het overal moeilijk om een geschikte infrastructuur met voldoende buitenruimte te vinden, maar in de dichtbebouwde context van Brussel is dat nog lastiger”, zegt pedagoog Jochen Devlieghere (UGent) daarover in BRUZZ. De grootste knelpunten zouden bij de administratie en het management liggen. Verder blijkt het niet eenvoudig om gekwalificeerd Nederlandstalig personeel te vinden.
Hogere subsidies
Naast de regionale verschillen wijzen de journalisten van ‘Knack’ en BRUZZ vooral op de impact van het verdienmodel van de crèche. Zelfstandige opvanginitiatieven die met een vrije prijs werken, krijgen meer dan drie keer zo vaak een ‘advies tot handhaving’ als crèches die werken met het inkomensgerelateerd tarief (IKT).
Bij een vrije prijs is de uitbater niet gebonden aan het IKT en de bijbehorende subsidievoorwaarden, waardoor ouders vaak meer betalen. Bij IKT-crèches is de prijs afhankelijk van het inkomen van de ouders, met een dagprijs die varieert tussen 6,47 en 35,89 euro.
De verklaring voor dat verschil in tekortkomingen hoeven experts niet ver te zoeken: hogere subsidies. “Het wordt vooral voor de kleinere zelfstandige initiatieven, die vaak de laagste subsidies ontvangen, steeds moeilijker om aan alle eisen te voldoen en hun opvang financieel leefbaar te houden”, legt Devlieghere uit in ‘Knack’.