Een op vier treinreizigers voelt zich niet veilig
Ongeveer een vierde van de treingebruikers heeft zich vorig jaar niet veilig gevoeld in het station, op de stationsparking of in de trein zelf. Dat is duidelijk meer dan in 2011. Een ander onderzoek kaart dan weer de penibele situatie van de sporen en bovenleidingen in ons land aan.
De cijfers zijn afkomstig uit een driemaandelijkse interne tevredenheidsenquête van de NMBS. Ruim 20 procent voelde zich niet veilig in de trein, 23 procent in het vertrekstation en 29 procent op de parking van het station. Terwijl in 2011 20 procent zich in het algemeen niet veilig voelde, was dat in 2012 24 procent.
"Onveiligheid is natuurlijk een subjectief gevoel", meent woordvoerster Leen Uytterhoeven. "Dat één op vier van onze klanten zich onveilig voelt, is uiteraard geen fraai resultaat. Daar kunnen we absoluut niet tevreden mee zijn."
"Sfeer moet aangenamer"
De cijfers zijn des te opvallender omdat de NMBS vorig jaar verschillende initiatieven nam om de veiligheid te verhogen. Het aantal veiigheidsagenten nam toe, er kwamen bewakingscamera's bij en de samenwerkingsovereenkomsten met de politie werden uitgebreid.
"We blijven voluit inzetten op deze drie veiligheidspeilers", zegt Uytterhoeven. "Daarnaast doen we er alles aan om de sfeer in de stations zelf aangenamer en levendiger te maken. De stationshal moet een volwaardige ontmoetingsplaats zijn in de stad."
Sporen
Een ander onderzoek (van de Polytechnische School van Lausanne EPFL, red.) zegt dat het Belgische spoor een serieuze inhaalbeweging moet maken op het vlak van investeringen. De sporen en bovenleidingen zouden praktisch de limiet van hun levensduur bereikt hebben. In de periode 2013-2025 zou meer dan 680 miljoen euro nodig zijn, schrijft L'Echo.
"De sporen hebben een levensduur van dertig jaar en de bovenleidingen een van twintig jaar. Alle curves geven aan dat hun levensduur bijna de limiet bereikt heeft en dat we investeringen moeten doen. Bij gebrek daaraan riskeren we problemen, in het bijzonder capaciteitsverlies", zegt Infrabel.
De experten becijferden de inhaalbeweging op 220 à 250 miljoen euro voor de vervanging van de sporen, op 190 à 230 miljoen euro voor de toestellen van de hoofdsporen en op 200 miljoen euro voor de bovenleidingen.