El Aroud blijft lidmaatschap terreurgroep ontkennen
Malika El Aroud, die in mei door de Brusselse correctionele rechtbank veroordeeld werd tot acht jaar cel, is vandaag opnieuw ondervraagd over haar eventuele lidmaatschap van een terroristische groepering, waarvoor ze voor het Brusselse hof van beroep terechtstaat. De vrouw verklaarde opnieuw dat ze nooit via haar website MINBAR SOS mensen heeft aangespoord om te gaan vechten in Afghanistan.
Volgens de beklaagde was MINBAR aanvankelijk een vereniging die gevangenen (jihad-strijders) en hun families wilde steunen. Ze richtte die op met haar man, Moez Garsallaoui, die in mei bij verstek ook veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van acht jaar. Garsallaoui wordt nog steeds gezocht.
Op de vraag van de voorzitter van het hof, Luc Maes, of ze moslims aanspoorde om te gaan vechten in Afghanistan, antwoordde El Aroud negatief. "Het is waar dat ik, wanneer ik op de site MINBAR commentaar gaf op in de media verschenen artikels over conflicten in Afghanistan, erg hard uit de hoek kwam met uitlatingen als 'Komaan, ze moeten gedood worden. We moeten er naartoe'", zei de vrouw.
De beklaagde verklaarde tijdens haar verhoor ook dat ze de mannen die samen met haar echtgenoot in de trainingskampen op de Pakistaans-Afghaanse grens verbleven, niet kende. Volgens El Aroud waren het hun echtgenotes die haar gecontacteerd hadden, omdat hun mannen samen in Afghanistan zaten.
De beklaagde weerlegde nog een keer dat ze de reis van België naar Afghanistan voor bepaalde islamistische strijders gefinancierd zou hebben. "Ik kende die mensen niet", herhaalde de vrouw. Het proces wordt morgen voortgezet. (belga/vsv)