Gerecht kan diamantairs financieel uitkleden
Als een diamantair veroordeeld wordt voor fraude en zijn diamanten zijn weg, kan de rechtbank de tegenwaarde in geld vragen. Dat blijkt uit een recente beslissing van het Grondwettelijk Hof, schrijft De Standaard.
Diamanten, kleine en hele waardevolle steentjes, verdwijnen gemakkelijk. Bij een veroordeling, waarbij de diamanten waarmee gefraudeerd werd, verbeurd worden verklaard, bleef het gerecht soms achter met lege handen. Het probeerde dat tijdens het onderzoek al op te vangen door preventief zoveel mogelijk diamanten in beslag te nemen, maar dat is niet altijd even eenvoudig.
Het Grondwettelijk Hof besliste op 1 december dat als iemand op basis van een inbreuk op de douanewetgeving, die in diamantzaken meestal aangehaald wordt, veroordeeld wordt tot de verbeurdverklaring van de betrokken diamanten, de rechtbank ook de tegenwaarde in geld kan vragen als de diamanten verdwenen zijn.
110 miljoen euro
De vraag was opgeworpen door de advocaten van het diamantbedrijf Seber. Deze Antwerpse diamantfirma, haar zaakvoerder en drie medeverdachten staan terecht wegens fraude voor de correctionele rechtbank in Antwerpen. Ze worden vervolgd wegens criminele organisatie, witwas en schriftvervalsing. Met een handel in ruwe diamant zouden ze in de periode 1993 tot 2003 voor meer dan 110 miljoen euro gefraudeerd hebben.
Die zaak lag stil omdat de advocaat van Seber, Raf Verstraeten, duidelijkheid wou van het Grondwettelijk Hof over de vraag of bij een verbeurdverklaring ook de tegenwaarde in geld gevraagd mag worden.
Nu het Grondwettelijk Hof daarover uitspraak heeft gedaan, wordt de rechtszaak voortgezet. De eerste zitting vindt donderdag plaats. Verstraeten wou geen commentaar geven op de uitspraak. (belga/sps)