Grondwettelijk Hof vernietigt enkele bepalingen uit Salduzwet
Het Grondwettelijke Hof heeft vandaag geoordeeld dat enkele bepalingen uit de Salduzwet in strijd zijn met de Grondwet. Zo mogen verklaringen die een verdachte aflegt terwijl zijn recht op bijstand door een advocaat geschonden wordt, niet meer gebruikt worden om een veroordeling te gronden. Het Hof meent ook dat het voorafgaand vertrouwelijk overleg met een advocaat ook moet gelden voor een reeks wanbedrijven die in de huidige wet waren uitgesloten.
Met de Salduzwet werden de Belgische regels aangepast aan het gelijknamige arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat bepaalt dat een verdachte bijstand moet krijgen van een advocaat tijdens zijn eerste verhoor door de politie of de onderzoeksrechter. Er werden bij het Grondwettelijke Hof beroepen ingediend door Vlaamse en Franstalige mensenrechtenliga's en door de Ordes van Vlaamse, Franstalige en Brussels balies.
Sanctie
Grootste twistappel tijdens de parlementaire discussie was de sanctie die zou worden opgelegd indien het eerste verhoor van een verdachte niet volgens de Salduzwet verloopt. Beslist werd dat tegen een persoon geen veroordeling kan worden uitgesproken die "enkel" gegrond is op verklaringen die hij heeft afgelegd in strijd met de Salduzwet.
Het Grondwettelijk Hof vernietigt donderdag het woord "enkel". Het artikel maakt het immers mogelijk dat die verklaringen door de feitenrechter in aanmerking worden genomen wanneer ze worden bevestigd door andere bewijzen, die eventueel zijn verkregen als gevolg van de oorspronkelijke verklaringen. De bepaling maakt het zelfs mogelijk dat dergelijke verklaringen "op beslissende wijze" worden gebruikt.
"Door het mogelijk te maken dat zelfincriminerende verklaringen die zijn afgelegd met schending van het recht op de bijstand van een advocaat (...) worden gebruikt om een veroordeling te gronden, zij het in combinatie met andere bewijselementen", schendt de bepaling artikel 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
Uitzonderingen
Het Hof heeft ook een probleem met één van de uitzonderingen op het recht op vertrouwelijk overleg met een advocaat voorafgaand aan het verhoor van iemand die niet van zijn vrijheid is beroofd. De wet sluit voorafgaand overleg uit voor een reeks wanbedrijven. Het gaat daarbij om bepaalde verkeersmisdrijven. De uitsluiting van een volledig contentieux, met inbegrip van de zwaarste misdrijven die zich in die materie kunnen voordoen, is voor het Hof echter niet redelijk verantwoord. De overheid krijgt tot 31 augustus de tijd om die wetsbepaling aan te passen.
Daarnaast vernietigt het Hof een bepaling in zoverre ze er niet in voorziet dat iemand die wordt ondervraagd, erover moet worden ingelicht dat hij niet is aangehouden en dus kan gaan en staan waar hij wil. Volgens het Hof moet hem dat uitdrukkelijk worden gezegd. Ook hier krijgt de regering tot 31 augustus de tijd om een mouw aan de vernietiging te passen.
Dertig minuten
Het Hof preciseert voorts dat de politie, de procureur des konings of de onderzoeksrechter, voor het voorafgaand overleg de advocaat moeten inlichten over de feiten waarop het verhoor betrekking heeft. Een advocaat kan iemand immers niet adviseren wanneer hij niet op de hoogte is van de feiten of wanneer hij niet correct is ingelicht door zijn cliënt. Het Hof aanvaardt tot slot dat het vertrouwelijk overleg van een verdachte wiens vrijheid is beroofd, maximaal dertig minuten mag duren. Wel moet de bepaling zo worden geïnterpreteerd dat het overleg langer kan duren dan een half uur, maar beperkt is in het licht van de vereisten van het onderzoek.
Tevreden reacties
De Orde van Vlaamse Balies vindt het belangrijk dat het Grondwettelijk Hof de positie van de verdachten bij eerste verhoren versterkt. Dat meldt de Orde vandaag.
"We zijn tevreden dat het Hof bijkomende waarborgen eist om de rechten van de verdachten beter te garanderen. Dat was immers de hoofdreden waarom wij naar het Grondwettelijk Hof zijn gestapt", zegt woordvoerster Kathleen Vercraeye. De Orde van Vlaamse Balies, die alle Vlaamse advocaten groepeert, was samen met onder andere haar Franstalige collega's en de Liga voor de Mensenrechten naar het Grondwettelijk Hof gestapt. Ze meent dat de Salduzwet strijdig is met de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens.