Hof van beroep schreef brief "uit reële bekommernis"
De voorzitter van de Fortis-onderzoekscommissie Bart Tommelein heeft gisteren een onderhoud gehad met de eerste voorzitter van het Brusselse hof van beroep Guy Delvoie. Die benadrukte tijdens het overleg dat de brief die het hof aan de commissie bezorgde, moet vermijden dat de commissie conclusies trekt op basis van foute informatie. Dat blijkt uit een nota die de commissieleden van hun voorzitter kregen.
De voorzitter van de kamer die in het hof van beroep het tuchtonderzoek tegen rechter Schurmans behandelt, liet de Kamer woensdag weten dat bepaalde getuigenissen die in de onderzoekscommissie werden afgelegd op essentiële punten niet stroken met verklaringen die werden gedaan naar aanleiding van het tuchtonderzoek. Na lang vergaderen besliste de commissie daarom donderdag om nog geen conclusies te trekken. Eerst wordt een knelpuntennota uitgewerkt.
Commotie
Uit een nota die Tommelein onder de commissieleden verspreidde, blijkt ondertussen dat Guy Delvoie de commissievoorzitter gisteren heeft gecontacteerd om overleg te plegen. Na de commotie die was ontstaan over de brief wilde de voorzitter van het hof van beroep tekst en uitleg geven over het initiatief. Het onderhoud had gisterennamiddag om 14.00 uur plaats op het paleis van Justitie.
Volgens Delvoie wist het hof van beroep eerst niet goed wat aanvangen met de informatie. Verborgen houden? "Met het risico dat later, na het afsluiten van de tuchtzaak en het vrijkomen van die informatie, het hof van beroep het verwijt gemaakt zou worden de commissie essentiële informatie onthouden te hebben op het ogenblik dat zij haar conclusies moest opstellen. Dit was voor het hof van beroep een dilemma", staat in de nota te lezen.
Geen conflictmodel
De brief is volgens Delvoie ook niet geschreven vanuit een conflictmodel, "maar vanuit vanuit een reële bekommernis om de juiste beslissing te nemen zonder de werking van de commissie te hypothekeren (...). De brief van 11 maart wil dus de informatie waarover het hof beschikt in het kader van het geheime tuchtdossier in de mate van wat mogelijk geacht wordt delen met de commissie, om de commissie "in eigen beheer" toe te laten te beslissen wat zij met deze informatie kan en moet doen".
Delvoie, die om het onderhoud vroeg om verdere briefwisseling te vermijden, benadrukt tot slot dat het zeker niet de bedoeling was tussen te komen in het werk van de commissie. (belga/sps)