Hoofdverdachte zaak Lemmensplein: "Politie heeft het op mij gemunt"
Als Ridouan M. beschouwd wordt als één van de twee hoofdverdachten op het proces over de criminele organisatie van het Lemmensplein, is dat enkel en alleen omdat de politie het op hem gemunt heeft. Dat heeft de man verklaard op de Brusselse correctionele rechtbank. De enige contacten die hij met cannabis heeft gehad, waren als gebruiker en een luxueuze levensstijl heeft hij er nooit op nagehouden, aldus M., die na afloop van de zitting in de boeien werd geslagen.
Volgens de speurders van de federale gerechtelijke politie (FGP) en het parket was Ridouan M. één van de kopstukken van de criminele organisatie. "U moet niet alles geloven wat in het dossier staat", zei de man tegen de rechter. "De politie heeft het op mij gemunt. Ik begrijp zelf niet waarom en ben door al dat gedoe in een depressie geraakt."
Volgens het parket heeft M. samen met het tweede kopstuk Said L. ook een man ontvoerd en afgeperst die schulden had bij zijn broer. "Dat was iemand die we kenden uit de buurt", zei M. daarover. "Mijn broer had me gevraagd hem aan zijn schuld te herinneren en dat heb ik gedaan maar van ontvoering of afpersing is geen sprake."
Het vermeende slachtoffer verklaarde later zelf aan de politie dat hij niet ontvoerd was maar dat hij wel een appartement had verkocht om zijn schuld te kunnen vergoeden. Tweede hoofdverdachte Said L. bevestigde ook dat er geen ontvoering was geweest. "Die man was een jeugdvriend, ik heb alleen wat gedaan alsof ik hem onder druk zette om M.'s broer te kalmeren", verklaarde L.
Na afloop van de zitting werden de vier verdachten opgepakt. Het gaat om de twee hoofdverdachten Ridouan M. en Said L., een broer van die laatste, Ahmed L. en Faysal B. Dat heeft Belga ter plaatse vastgesteld. De vier zouden ervan verdacht worden bedreigingen te hebben geuit tegenover de magistraten van het openbaar ministerie en de rechters die met het dossier belast zijn.