"Ik heb niets tegen homo's, als ze maar geen janet zijn"
Exact 25 jaar geleden schrapte de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit van de lijst van geesteszieken. De Zondag liet enkele bekende homo's aan het woord, waaronder N-VA-politicus Lorin Parys en çavaria-woordvoerder Jeroen Borghs.
Vlaams volksvertegenwoordiger Lorin Parys (N-VA) getuigt over zijn ervaringen als homovader: "Mijn man en ik hebben twee pleegkindjes en één adoptiekindje, een mulatje. Een veelkleurig gezin dus. Je merkt dat vele blikken jouw richting uitgaan. Hoe zit dat daar in elkaar, zie je de mensen denken (lacht). Je voelt dat je als homo nog niet de 'hearts and minds' veroverd hebt."
Parys vervolgt: "Ik heb tot mijn 21e gewacht om uit de kast te komen. Je beseft ergens dat je niet aan een ideaal voldoet, en je wil je ouders niet kwetsen. Al heb ik me nooit ziek gevoeld, nee. Maar het is wel zo dat er nog altijd een taboe op rust."
'Je hoort mensen toch vaak zeggen: ik heb niets tegen homo's, als ze maar normaal doen, of als ze maar geen janet zijn'
Sluimerende homonegativiteit
Jeroen Borghs van çavaria, de belangenverdediger van holebi's en transgenders, treedt Parys bij: "Het grootste probleem hier is de sluimerende homonegativiteit. Dat zit diep ingebakken. Je hoort mensen toch vaak zeggen: ik heb niets tegen homo's, als ze maar normaal doen, of als ze maar geen janet zijn. Dat is wat ik bedoel. Dat is geen flagrante homofobie, maar het is wel schadelijk voor mensen."
De woordvoerder maakt een situatieschets: "Je moet je voorstellen dat je vijftien jaar bent, en je voelt je aangetrokken tot jongens. Die negatieve opmerkingen komen hard aan, hoor."