Kamerleden stellen zich vragen over toekomstig Libië
De Kamerleden in de gezamenlijke commissie Buitenlandse Zaken en Defensie hebben zich unaniem achter de beslissing van de ontslagnemende regering geschaard om deel te nemen aan de internationale militaire interventie in Libi'. Ze vragen zich wel af hoe het verder moet op langere termijn, wanneer de bescherming van de Libische bevolking een feit is. De lopende zaken dicteren alvast dat het parlement ook in de volgende stappen betrokken blijft, klonk het nadrukkelijk.
De nieuwe VN-resolutie werd op zowat alle banken met gejuich onthaald. Toch klonken vanuit verschillende fracties meteen vragen over de verdere toekomst. "Nemen we genoegen met een wapenstilstand (...) of is het objectief dat het regime Kadhafi moet verdwijnen?", wierp sp.a-Kamerlid Dirk Van der Maelen op. "Dat is militair een wereld van verschil." Ook voor Gwendolyn Rutten (Open Vld) was de VN-resolutie een belangrijke horde, maar "op het terrein de juiste stappen zetten is nog iets heel anders".
Minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (CD&V) ontkende echter met klem dat het doel van de internationale tussenkomst niet zou blijken uit de resolutie. "Er staat niets in over een regimewissel", benadrukte hij. De tekst spreekt slechts van het stoppen van de bloedvergieten en het mogelijk maken van stappen naar een vreedzame transitie "met respect voor waarden als democratie en de rechtsstaat".
Interventie beperken in tijd
Voor Groen!-Kamerlid Wouter De Vriendt is het alvast belangrijk om de internationale militaire interventie "zoveel mogelijk te beperken in de tijd". Een bezettingsmacht is voor hem absoluut uit den boze, maar ook "economische kolonisering" moet vermeden worden. Iets wat Vanackere volmondig beaamde. "Niemand wil het Irak-scenario opnieuw zien gebeuren." België schaart zich wel "voor honderd procent" achter de internationale consensus, benadrukte hij. Praktische beperkingen zijn mogelijk, maar er is alvast geen sprake van een "morele of politieke reserve".
De Belgische bijdrage wordt "in de komende uren" verder uitgetekend, verduidelijkte premier Yves Leterme voorts. Defensieminister Pieter De Crem verduidelijkte dat het waarschijnlijk zal gaan om de mijnenjager "Narcis" die nu reeds in de regio aanwezig is, net als een viertal F16's van de in totaal zes straaljagers die zich nu reeds onder NAVO-bevel in Griekenland bevinden. De mijnenjager kan helpen bij het afdwingen van het wapenembargo, de F16's komen goed van pas voor het instellen van een no-fly zone.
Geen Belgische grondtroepen
Concreet heeft het Noord-Atlantische bondgenootschap de lidstaten de mogelijkheid geboden hun troepen en middelen te gebruiken die ze toegewezen hadden aan de NRF (NATO Reaction Force), de roterende strijdmacht die permanent paraat staat. Het gaat echter niet om een interventie van de NRF zelf, omdat niet alle bondgenoten even happig zijn op de tussenkomst in Libi'. Aangezien Belgi' aan de NRF momenteel geen grondtroepen levert, zullen er ook geen Belgische grondtroepen naar Libi' gaan, verduidelijkte De Crem. Het samenstellen van de eigenlijke strijdmacht binnen de militaire structuren van de NAVO zal volgens De Crem dit weekend rond zin.
Hoe dan ook gaat het dus wel degelijk om een militaire interventie. "Onderschat dit niet, we go to war", klonk het bij N-VA-defensiespecialist Theo Francken. Hij wees op de gevaren "voor de Libische burgers, maar ook voor onze soldaten". CD&V'er Stefaan Vercamer ziet dan weer een rol weggelegd voor de EU in het bijstaan van de burgerbevolking op het terrein, via humanitaire hulp en repatriëring.
"Wijze beslissing van de EU"
Vanackere betreurde trouwens dat de Europese Unie niet tot een eensgezind standpunt kon komen. Toch hebben de Europese landen wel degelijk bijgedragen tot de "wijze beslissing" die uit de bus gekomen is, vindt hij. Dat de resolutie zo lang op zich liet wachten leek hem niet de schuld van Europa. "Vooral de verandering van de Amerikaanse positie was daarin cruciaal", oordeelde hij.
Tot slot drukten de Kamerleden de ministers op het hart dat hun regering nog steeds in lopende zaken zit. Het parlement moet daarom in alle volgende stappen "niet alleen op de hoogte gehouden worden, maar ook betrokken blijven", vatte N-VA'er Peter Luykx samen. (belga/adha)