Komend weekeinde toveren we met de tijd
Komend weekeinde kruipen we met zijn allen in een teletijdsmachine, want dan gaat opnieuw de wintertijd in.
Europese en Belgische regels leggen de zomer- en de wintertijd op, met als laatste wapenfeit een Koninklijk Besluit van 19 december 2001.
Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne verwoordde in zijn verslag aan koning Albert II de kern van de verplichting volmondig als: "Krachtens deze richtlijn wordt er verduidelijkt dat de periode van de zomertijd, namelijk de periode van het jaar waarin het uur vooruitgezet wordt met zestig minuten ten opzichte van het uur van de rest van het jaar, vanaf het jaar 2002 en voor een onbepaalde periode, zal beginnen op de laatste zondag van de maand maart, om 1 uur 's morgens, wereldtijd (2 uur, plaatselijke tijd) en zal eindigen op de laatste zondag van de maand oktober, om 1 uur 's morgens, wereldtijd (3 uur, plaatselijke tijd)".
Vertaald: zondagochtend om 03.00 uur draaien we de klok een uur achteruit, zodat we op GMT+1 komen in plaats van GMT+2. We gaan aldus een uur langer slapen, fuiven of werken.