Laaggeschoolden vinden steeds moeilijker werk
Laaggeschoolden hebben het in Vlaanderen steeds moeilijker om een job te vinden of te behouden en lopen een hoger risico op (langdurige) werkloosheid. Iets meer dan de helft van de laaggeschoolde bevolking is aan het werk. Van de middengeschoolden verrichten bijna 8 op de 10 betaalde arbeid, en bij de hooggeschoolden stijgt het aandeel werkenden verder tot 86 procent. Dat blijkt uit het rapport 'Kansengroepen in Kaart - laaggeschoolden op de Vlaamse arbeidsmarkt' van de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB.
Volgens de VDAB stelt de huidige maatschappij steeds hogere eisen aan de beroepsbevolking. "Een kwalitatieve vorming en opleiding zijn vandaag bijzonder belangrijk op de Vlaamse arbeidsmarkt", klinkt het. Ongeveer een op de twee werkzoekenden is laaggeschoold, terwijl slechts één op de vijf werkenden laaggeschoold is.
De kans om zonder diploma een succesvolle loopbaan uit te bouwen, is voor de huidige generatie jongeren volgens de VDAB veel kleiner dan vroeger. Door de groei van het algemene scholingsniveau is er een structurele daling van het aandeel laaggeschoolden in de Vlaamse bevolking, ook bij de werkzoekenden. Maar bij de werkzoekende jongeren neemt het aandeel laaggeschoolden weer toe. In en rond de meeste Vlaamse centrumsteden zijn er relatief veel laaggeschoolde werkzoekenden. In Antwerpen en Genk is de concentratie het sterkst.
De samenstelling van de werkzoekendenpopulatie in Vlaanderen, onder meer gekenmerkt door een hoge aanwezigheid van kansengroepen, zorgt volgens de VDAB ook voor een grote mismatch tussen de vraag- en aanbodzijde van de arbeidsmarkt.