Londers fluit rechtbankvoorzitters terug
De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers laat in een brief aan de voorzitters van de Vlaamse hoven van beroep weten dat het de plicht van de rechtbankvoorzitters is om mee te werken aan organisatie van de verkiezingen. Londers, de hoogste magistraat van het land, haalt zo de lont uit het verkiezingskruitvat.
De ministerraad heeft deze namiddag de lijst met herzienbaar verklaarde grondwetsartikelen goedgekeurd en akte genomen van de brief van Londers. Daarin zegt Londers duidelijk dat de grondwettelijke problemen van de verkiezingen niet betekenen dat de rechters hun administratieve taken niet moeten uitvoeren, aldus premier Yves Leterme, die eraan toevoegde te allen prijze chaotische verkiezingen te willen vermijden.
Scheiding der machten
Voor Justitieminister Stefaan De Clerck kan het niet dat rechters vooraf hun standpunt bepalen. De rechters hebben enerzijds de administratieve verplichting om de verkiezingen te organiseren en moeten anderzijds toezien op het goede verloop van de verkiezingen. De minister wil wegens de scheiding der machten niet ingaan op de inhoud van de brief van Londers en wacht af hoe de rechters van eerste aanleg op de brief zullen reageren.
De Clerck zei nog dat Londers zijn brief ook naar de voorzitters van de hoven van beroep van Gent en Antwerpen gestuurd heeft, die de inhoud op hun beurt moeten overmaken aan de rechters van eerste aanleg die in hun brief lieten weten dat ze de verkiezingen enkel kunnen organiseren met de oude arrondissementele kiesomschrijvingen.
MR-vicepremier Didier Reynders wilde van de rechters garanties dat ze niet dwars gaan liggen bij de organisatie van de verkiezingen. Minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom wilde niet reageren op de brief van Londers. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen en ik heb er alle vertrouwen in dat dit zal gebeuren, zei ze enkel.
Onverwijld
Kamervoorzitter Patrick Dewael laat subtiel verstaan dat het aan de wetgevende macht toekomt te oordelen over de geldigheid van de verkiezingen. Dewael merkt in een antwoord op de brief op dat hij zich niet kan mengen "in de wijze waarop de voorzitters van de rechtbanken de hun toevertrouwde taken uitoefenen".
"Ik vermoed dat het van uw kant evenmin de bedoeling is om u als vertegenwoordiger van de rechterlijke macht te mengen in de wijze waarop het parlement zijn wetgevende bevoegdheid uitoefent. Ik lees uw brief dan ook in de eerste plaats als een uitnodiging aan de Kamer om zich te beraden over de problemen die u aanhaalt en ik zal uw brief dan ook onverwijld bezorgen aan alle fractieleiders van de Kamer". (belga/sps)