Magnette doet voorstel dat positie NBB en CREG verzoent
Minister van Energie Paul Magnette stelt voor de nucleaire rente te berekenen op basis van de elektriciteitsbeursprijzen van de drie voorgaande jaren. Hij verzoent zo naar eigen zeggen de methodes die de Nationale Bank (NBB) en de energiewaakhond CREG gebruikten voor de berekening van de rente.
Over de hoogte van de nucleaire rente - de winst die de producenten van kernenergie maken door de verkoop ervan - ontstond de voorbije maanden een politiek en technisch debat. Volgens Electrabel gaat het om 742 miljoen euro, volgens energiewaakhond CREG schommelt die tussen 1,75 en 2,28 miljard. De NBB schatte de rente op 809 à 951 miljoen euro.
Minister Magnette stelde in de Kamercommissie Bedrijfsleven dat de standpunten van de NBB en de CREG niet zover uit elkaar liggen en dat het zeker mogelijk is een objectieve berekeningsmethode uit te werken. Hij zei nooit gedacht te hebben dat het debat tot zo'n polemiek zou leiden - de CREG-prijzendirecteur Guido Camps dreigde zelfs met ontslag indien het standpunt van de NBB zou worden gevolgd - maar voegde er meteen aan toe dat het niet onmogelijk is "om uit de karikaturen te komen".
Nuttig debat
Het debat is volgens de Franstalige socialist ook zeker nuttig geweest. "In tegenstelling tot enkele jaren geleden aanvaardt nu iedereen het bestaan van de nucleaire rente. Ook over de productiekosten zelf bestaat nu meer duidelijkheid. We moeten enkel nog het debat voeren over de hoogte van de rente", verklaarde Magnette.
Het PS-regeringslid - die een oproep lanceerde tot sereniteit in het dossier - schoof zelf een voorstel naar voren dat volgens hem de visies van NBB en CREG verzoent. Het houdt in dat de beursprijzen als berekeningsbasis worden genomen, maar dat bijvoorbeeld voor de berekening van de rente van 2010 het gemiddelde van de prijzen uit 2007, 2008 en 2009 wordt genomen. Slechts één jaar nemen, levert geen goede indicatie over de prijs op, meent hij.
Tarief van vennootschapsbelasting
Wanneer de hoogte van de rente vastligt, moet de overheid nog beslissen welke taks ze daarop gaat heffen. Magnette herhaalde dat de politieke keuze daarover ook juridisch waterdicht, proportioneel en conform het nationale en internationale recht moet zijn. Het tarief van de vennootschapsbelasting (officieel 33,99%) lijkt hem daarom een goed idee.
Een voorstander van een uraniumtaks - zoals CD&V en CdH voorstellen - is Magnette niet. Het systeem dan Duitsland toepast, is gebaseerd op een deal die beperkt is in de tijd en laat niet toe de taks te variëren naargelang de schommelingen van de energieprijzen, argumenteerde de energieminister.
Magnette benadrukte tot slot er niet tegen te zijn om een deel van de opbrengst van de nucleaire rente naar de algemene middelen te sluizen en dus te besteden aan de sanering van de overheidsfinanciën. "Dat is een nobel doel", zei hij. De minister wil echter ook een stuk in een energiefonds steken. (belga/adha)