Minder treinen rijden door rood licht
In 2013 zijn 56 treinen op de hoofdsporen van het Belgische spoorwegnet door een rood licht gereden. Dat is een kwart minder dan de 75 gevallen van 2012. Vergeleken met 2010, toen het er nog 104 waren, gaat het zelfs om bijna een halvering. Dat staat vandaag in de kranten De Standaard, La Libre Belgique en la Dernière Heure.
Analyse van de 56 incidenten leert dat het aantal keren dat een trein die het rood licht voorbijreed en op een potentieel gevaarlijke situatie afstevende, zoals het kruisen van een ander spoor aan een wissel, van 34 naar 29 is gedaald. In 2010 stond die teller nog op 51.
Op de nevensporen, zoals uitwijktrajecten en rangeerterreinen, is het aantal overschrijdingen dan weer licht gestegen, van 42 naar 44. Daar is het risico heel wat kleiner omdat het gaat om treinen zonder passagiers en omdat de snelheid er laag ligt.
Infrabel en de NMBS zien twee redenen voor de algemene verbetering. Allereerst is er een grotere alertheid voor het fenomeen en wordt er aan sensibilisering gewerkt. Daarnaast werpt ook de verdere ingebruikname van hoogtechnologische apparatuur op de trein en op het spoor haar vruchten af. Dat gaat dan om de plaatsing van de systemen TBL1+ en ETCS, die een trein automatisch tot stilstand kunnen brengen als de bestuurder een rood licht negeert of als hij tegen een te hoge snelheid een sein nadert.