Minister Beenders in reactie op phishingzaak: “Banken moeten de wet respecteren”
De wettelijke bescherming van phishingslachtoffers is geen vrijblijvende aanbeveling, maar een verplichting. Dat zegt minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) in een reactie op een arrest van het Hof van Cassatie in een phishingzaak.
UITGELEGD. Welke maatregelen nemen de banken tegen phishing?
Het Hof van Cassatie vernietigde vorige maand een oordeel van het Brusselse hof van beroep dat in 2025 stelde dat een slachtoffer van online bankfraude ‘grof nalatig’ was geweest. De wet schrijft voor dat bij een betaling waarmee de klant niet instemde, de bank moet terugbetalen, tenzij ze bewijst dat die klant grof nalatig was. Banken beroepen zich bij phishing bijna altijd op die uitzondering.
Keer op keer blijkt dat sommige banken de wet niet correct toepassen
De wet definieert grove nalatigheid evenwel niet. Bij rechtszaken varieerde de uitkomst daarom erg sterk. Cassatie heeft grove nalatigheid nu gedefinieerd als “een gedraging die een redelijk, normaal zorgvuldig betaler nooit zou stellen of nooit zou nalaten te stellen”. Het slachtoffer is dus pas in fout wanneer een normale bankklant onder geen enkele omstandigheid ooit zo had gehandeld.
Het kan niet dat mensen eerst naar de rechtbank moeten stappen om de rechten af te dwingen
In een reactie roept minister Beenders banken op “de wet te volgen in plaats van zich erboven te stellen”. “Keer op keer blijkt dat sommige banken de wet niet correct toepassen en slachtoffers van phishing onterecht in de kou laten staan”, aldus Beenders. “Banken moeten de wet respecteren. Het kan niet dat mensen eerst naar de rechtbank moeten stappen om hun rechten af te dwingen”, aldus Beenders.