Modernisering arbeidsmarkt krijgt groen licht
De ministerraad heeft vandaag het akkoord bekrachtigd dat de sociale partners hebben gesloten om de arbeid te moderniseren. Het doel is meer werken tijdens piekperiodes mogelijk te maken. De regeringsleden gingen ook akkoord met de verlaging van de werkgeverslasten en de stijging van de sociale werkbonus.
De bedoeling van het akkoord rond de modernisering van de arbeidsmarkt was tijdelijk meer werken tijdens piekperiodes mogelijk te maken, zonder daarbij de gemiddelde arbeidsduur te verhogen en zonder te raken aan de dagelijks en wekelijks toegelaten arbeidsduur. Daarvoor wordt de zogenaamde 'interne grens' opgetrokken, terwijl de procedure om de arbeidstijd op jaarbasis te berekenen vereenvoudigd wordt. Ook het aantal overuren waarvoor de werknemers kan kiezen tussen cash of inhaalrust wordt opgetrokken.
Overuren
Een werknemer mag in de loop van een trimester een maximaal aantal overuren of meeruren (in ploegensystemen) cumuleren. Van zodra een 'interne overurengrens' wordt bereikt, moet de werkgever verplicht inhaalrust toekennen. Via de ontwerpteksten die vandaag groen licht kregen, wordt die grens opgetrokken van 65 naar 78 uur, of naar 91 uur indien de referentieperiode wordt verlengd tot één jaar. Die jaargrens kan overigens nog worden opgetrokken 130 of 143 uur.
Per kalenderjaar kan een werknemer de inhaalrust voor zijn meeruren omzetten in extra cash. Dat is echter beperkt tot 65 uren. De teksten voorzien dat die grens opschuift naar 91 uren per kalenderjaar, een maximum dat nog kan worden opgetrokken tot 130 of 141 uren.
Werkgeverslasten
De ministerraad stemde voorts in met een sterkere structurele verlaging van de werkgeverslasten. Bij de begrotingsopmaak werd een enveloppe vrijgemaakt voor een vermindering van de loonlasten met 370 miljoen euro in een volledig jaar, ofwel 270 miljoen euro in 2013. De enveloppe wordt gebruikt om de forfaitaire vermindering van de werkgeverslasten te verhogen. De vermindering zal vanaf 1 april 2013 van 400 naar 453 euro per trimester gaan, en naar 455 euro vanaf 1 januari 2014. Voor de socialprofitsector en de beschutte werkplaatsen zal eveneens een bedrag worden uitgetrokken om de werkgeversbijdragen voor de laagste lonen te verminderen.
Bonus
Daarnaast besliste de ministerraad de sociale werkbonus nog te versterken voor 30 miljoen euro. De bonus wordt opgetrokken van 175 naar 184 euro per maand, waardoor werknemers met een minimumloon elk jaar netto 75,5 euro extra overhouden. Het kb gaat in op 1 april en heeft direct effect op de loonberekeningen.