N-VA moet vier procent inleveren, maar blijft grootste
Als er vandaag federale verkiezingen zouden zijn, dan blijft de N-VA afgetekend de grootste partij in Vlaanderen. De Vlaams-nationalisten nemen wel een duik van 4 procent in vergelijking met de vorige peiling in september 2012. CD&V en sp.a schommelen rond hun verkiezingsresultaat uit 2010. Open Vld en Vlaams Belang verliezen stemmen, Groen boekt winst. LDD lijkt zo goed als dood. Dat blijkt uit de peiling van De Standaard/VRT.
N-VA blijft veruit de grootste partij van Vlaanderen. De partij haalt in de nieuwe peiling een percentage van 32,1 procent. Dat is nog wel een winst van 3,9 procent in vergelijking met het verkiezingsresultaat van 2010, maar in vergelijking met de vorige peiling van september 2012 (het historische hoogtepunt van 36,3 procent) verliest de partij ruim 4 procent.
Bij de klassieke partijen schommelen CD&V en de sp.a rond hun verkiezingsresultaat uit 2010. CD&V blijft met 17,4 procent de tweede partij van Vlaanderen, de sp.a met 14,7 procent de derde. Bij Open Vld is er wel duidelijk verlies. De Vlaamse liberalen verliezen 3,9 procent in vergelijking met de verkiezingen in 2010 en komen uit op 10,1 procent, een historisch dieptepunt. De partij flirt dus openlijk met de grens van 10 procent.
Ook Vlaams Belang behoort opnieuw tot het verliezende kamp. De partij verliest 2 procent ten opzichte van hun verkiezingsresultaat in 2010 en haalt in deze peiling 10,6 procent. Tegenover de vorige peiling (10,7 procent) blijft de partij wel min of meer stabiel.
Groen en PVDA+
Groen boekt een winst van 2,4 procent in vergelijking met de verkiezingen van 2010 en komt uit op 9,5 procent. Groen blijft samen met de N-VA de enige partij die sinds de verkiezingen een significante winst heeft gerealiseerd.
Voor de eerste keer werd ook gepeild naar de intentie om op PVDA+ te stemmen. De extreemlinkse partij van Peter Mertens haalde in deze peiling 2,5 procent. De partij is daarmee groter dan LDD. De partij van Jean-Marie Dedecker lijkt met 0,4 procent zo goed als dood.
De populairste
Uit de peiling blijkt nog dat Vlaams minister-president Kris Peeters de populairste politicus van Vlaanderen blijft. Hij bouwt zijn voorsprong op zijn naaste achtervolger, N-VA-voorzitter Bart De Wever, nog een beetje uit. Op plaats 3 staat sp.a-vicepremier Johan Vande Lanotte. De populariteit van Open Vld-staatssecretaris Maggie De Block blijft groeien. Zij stijgt van 8 naar 4 en wordt daarmee de populairste politica in plaats van Vlaams minister Hilde Crevits die twee plaatsen zakt naar plaats 5.
In de top 10 staat geen enkele politicus van Groen. De eerste Vlaamse groene staat pas op plaats 17, partijvoorzitter Wouter Van Besien. Naar de eerste Vlaams Belanger is het nog verder zoeken: Filip Dewinter op plaats 25. Bij de N-VA valt op dat Ben Weyts, die de laatste tijd steeds meer in beeld komt als de opvolger van voorzitter Bart De Wever, een aantal andere N-VA'ers moet laten voorgaan in de populariteitspoll. Zo staat Geert Bourgeois op de 14e plaats en Siegfried Bracke op 16. Ook Philippe Muyters, Jan Jambon en Liesbeth Homans eindigden boven Weyts.
Di Rupo
Voor het eerst is in de peiling ook naar de populariteit van premier Elio Di Rupo (PS) gepeild. De Franstalige premier duikt meteen de top 10 binnen op plaats 8 en is populairder dan de partijvoorzitters van sp.a, Open Vld en CD&V.
Di Rupo blijkt ook enorm goed in de markt te liggen bij de kiezers van een aantal Vlaamse partijen. Zo lijken meer kiezers van CD&V aan te geven op Di Rupo te kunnen stemmen (wat in Vlaanderen echter niet kan), dan op N-VA-voorzitter Bart De Wever. Bij de sp.a en Groen lijkt Di Rupo een nog grotere aanhang te hebben. Bij de sp.a-kiezers is hij de op 3 na populairste politicus. Bij de Groen-kiezers moet hij alleen voorzitter Wouter Van Besien laten voorgaan.
De peiling toont ook aan dat een kleine meerderheid (53 procent) van de Vlamingen vertrouwen heeft in Di Rupo als premier. De federale regering in haar geheel krijgt een iets slechter rapport. Hier heeft een kleine meerderheid van 55 procent geen vertrouwen in de regering
De peiling werd afgenomen bij 1.084 ondervraagden in de periode tussen 29 april en 19 mei.