Nieuw decreet kinderopvang: wat verandert er voor u?
Morgen is het zover: dan zal de kinderopvang in Vlaanderen grondig veranderen. Zo zal elke opvang een vergunning moeten hebben van Kind en Gezin. Er komt ook een geleidelijke gelijkschakeling tussen de verschillende soorten opvangvoorzieningen, zowel op het vlak van voorwaarden als financiering.
Het huidige kinderopvanglandschap in Vlaanderen is versnipperd. Momenteel bestaat het Vlaamse kinderopvanglandschap grotendeels uit gesubsidieerde onthaalouders (circa 31.000 plaatsen), zelfstandige onthaalhouders (circa 5.800 plaatsen) erkende en gesubsidieerde kinderdagverblijven (zo'n 18.800 plaatsen) en de zelfstandige kinderdagverblijven (circa 39.000 plaatsen).
Het nieuwe decreet herleidt die tot twee grote opvangvormen: de gezinsopvang, of vroegere onthaalouders, waar maximaal acht kinderen tegelijk aanwezig mogen zijn, en de groepsopvang, de huidige bestaande erkende en gesubsidieerde opvang en de zelfstandige kinderdagverblijven, waar minstens 9 kinderen tegelijk aanwezig zijn. Die zullen vanaf 1 april allemaal een vergunning moeten hebben. Tot eind maart was het nog mogelijk zonder attest of erkenning van Kind en Gezin te werken.
Ook de verhouding tussen het maximumaantal kinderen per begeleider wordt gestroomlijnd. Zo zal 1 begeleider maximum 8 kinderen mogen opvangen. Zodra er verschillende begeleiders aanwezig zijn, geldt een maximum van 9 kinderen per begeleider. Maar tegelijk wordt gestreefd naar een lagere ratio. Zo wordt aan de organisatoren van groepsvang gevraagd te streven naar 1 begeleider op 7 kinderen en voor gezinsopvang naar gemiddeld 1 op 4 per kwartaal.
Financiering
Ook de financiering wordt geleidelijk gelijkgeschakeld, om de bestaande kloof tussen de erkende gesubsideerde sector en de zelfstandgie sector tussen 2014 en 2020 volledig dicht te fietsen. Daartoe komt er een getrapt subsidiesysteem met, vanuit elk van de drie trappen, aanvullende subsidies. Elke gezins- en groepsopvang met een vergunning start onder bepaalde voorwaarden met een basistegemoetkoming.
Nog enkele nieuwigheden zijn dat de verantwoordelijke van kinderopvang en minstens één begeleider voldoende Nederlands moeten kennen. Nieuwe opvanginitiatieven moeten meteen aan de regel voldoen, voor bestaande initiatieven is er een overgangsperiode voorzien. Die taalregel heeft vooral in Brussel en de rand wat onrust veroorzaakt.
In opvanginiatieven waar ouders betalen volgens hun inkomen, zal ook het principe gelden van "opvang bestellen = opvang betalen". Ouders krijgen wel een 'korfje' respijtdagen, dagen waarop de kinderen gerechtvaardigd afwezig zijn (bv. door ziekte of bij snipperdagen). Voor kinderen die voltijds naar de opvang komen, gaat het om 18 dagen op jaarbasis. Is er opvang besteld en is het aantal 'respijtdagen' op, dan moeten ouders betalen en kan de opvang een bijdrage vragen. Die regel gaat in vanaf 1 april 2015. De opvang kan dit ook eerder invoeren.
SAMENGEVAT
• Niemand zal nog kinderen kunnen opvangen zonder vergunning van Kind en Gezin.
• Er zullen twee grote opvangvormen overblijven: de gezinsopvang, voor maximaal acht kindjes, en de groepsopvang, voor minimaal negen kindjes.
• De verantwoordelijke van de kinderopvang en minstens één begeleider moeten Nederlands kennen.
• De kloof tussen de gesubsidideerde en de zelfstandige opvang wordt gedicht. Daarvoor wordt een getrapt subsidiesysteem gebruikt.
• Het nieuwe principe 'opvang bestellen = opvang betalen'. Ouders krijgen een aantal dagen waarop kinderen gerechtvaardigd afwezig zijn. Meer dagen betekent toch betalen.
Meer informatie over het nieuwe decreet kinderopvang