Nieuw kb over jonge Syriëstrijders komt er niet
Er is geen nieuw koninklijk besluit nodig dat de huurlingenwet uit 1979 activeert om op die manier het meestrijden in Syrië strafbaar te maken. De huidige wet tegen terrorisme, die onlangs werd uitgebreid, volstaat. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet verklaard na afloop van de ministerraad. De burgemeesters van Antwerpen, Mechelen en Vilvoorde hebben intussen vier concrete initiatieven gepresenteerd om de radicalisering van jonge moslims in hun steden tegen te werken.
Minister Milquet trok vandaag met tien voorstellen naar het kernkabinet die moeten helpen het vertrek van jihadisten naar het door een burgeroorlog verscheurde Syrië af te reizen. Daarbij hoorden de voorstellen om het mee gaan strijden strafbaar te maken via een kb en de mogelijkheid om de identiteitskaart in te trekken. Milquet had verschillende - positieve en negatieve - adviezen ingewonnen. Nu was het tijd voor een politieke arbitrage, stelde ze.
Niet nodig
Het kernkabinet meent alvast dat het huidige arsenaal binnen de antiterrorismewet volstaat en dat er geen nieuw kb nodig is. Ruim twee maanden geleden keurde na de Kamer ook de Senaat de uitbreiding van die wet goed. De tekst maakt dat niet alleen de terreurdaad zelf strafbaar is, maar ook elke poging tot terreur, het rekruteren en aanzetten tot terrorisme, de voorbereiding erop en het geven of volgen van opleidingen om aanslagen te plegen.
Schengen
Wat het intrekken van de identiteitskaart betreft, menen de topministers van de regering-Di Rupo dat de versterking en het sneller een beroep doen op het "Schengen-signalering" eveneens volstaan. De andere punten - zoals een versterkte grenscontrole, regels over de toelating die ouders aan kinderen moeten geven om naar het buitenland te mogen reizen en een versterking van het diplomatiek dispositief - verhuizen naar een werkgroep, om volgende week opnieuw op de agenda te staan.
Basis aanpakken
Wel stemde de het kernkabinet in met Milquets "preventieprogramma van gewelddadige radicalisering". "Het voorkomen dat jongeren vertrekken is één ding, maar daarnaast moet ook het probleem van radicalisering ten gronde worden aangepakt", zei premier Elio Di Rupo. "Onze samenleving is gebaseerd op een aantal fundamentele principes die door iedereen moeten gerespecteerd worden". De premier citeerde de principes van de rechtsstaat, de scheiding van kerk en staat, de gelijkheid van mannen en vrouwen en wederzijds respect, "waarden waar we niet op mogen toegeven. Wie haat predikt of oproept tot geweld, moet streng worden aangepakt".
Zes peilers
Zoals de titel aangeeft, heeft het plan betrekking op preventie. Bij heel wat voorstellen hebben ook de gewesten en gemeenschappen, de steden en gemeenten en tal van andere actoren een rol te vervullen. Het programma loopt over zes grote assen. Het gaat daarbij over de versterken van de kennis en expertise over het fenomeen, het wegnemen van de voedingsbodem van frustraties die tot radicalisering kunnen leiden, het verhogen van de weerbaarheid van kwetsbare personen, het ondersteunen van allerlei strategieën, de impact van het internet op radicaliseringsprocessen indijken en het bieden van preventie in de gevangenissen.
Een van de concrete voorstellen is samenwerking met verantwoordelijken van de oorspronkelijke gemeenschappen en religieuze verantwoordelijken. Een ander voorstel waar de minister heil in ziet, is een plan ter bestrijding van racisme, antisemitisme en islamofobie, of van het jaar 2014 het jaar van de diversiteit te maken waarin 50 jaar Turkse en Marokkaanse immigratie wordt gevierd.
Nieuwe media
Er is ook sprake van een studie naar de impact van internet en sociale media op radicaliseringsprocessen, naar de invloed van ouders en leeftijdsgenoten op die impact en naar de hefbomen om jongeren weerbaarder te maken tegen radicale boodschappen op het internet. De minister wil ook dat er een "tegenbetoog"-strategie op poten wordt gezet om hate speech of simplistische redeneringen achter radicale boodschappen te counteren.
Milquet wil ook een beroep doen op personen die vroeger geradicaliseerd waren, maar die er uit zijn geraakt. Elke betrokken stad en gemeente zal ook worden gevraagd een lokale preventie- en bestrijdingsstrategie tegen radicalisering uit te werken, een verantwoordelijke persoon of dienst aan te wijzen om een en ander te coördineren en het lokale verenigingsleven en vertegenwoordigers van de betrokken religies te betrekken.
(Lees verder onder de foto)
Steun van hogere overheden
Net vandaag hebben ook de burgemeesters van Antwerpen, Mechelen en Vilvoorde vier concrete initiatieven gepresenteerd tegen de radicalisering van jonge moslims in hun steden. Ze vragen daarvoor financiële en andere ondersteuning van de hogere overheden, maar willen naar eigen zeggen hun eigen verantwoordelijkheden niet uit de weg gaan.
De burgemeesters Bart De Wever (Antwerpen), Bart Somers (Mechelen) en Hans Bonte (Vilvoorde) kwamen vorige week donderdag al eens samen in het Antwerpse stadhuis om het probleem van de radicalisering te bespreken. Ze kregen toen een uiteenzetting van verschillende experts en diensten die al met het fenomeen vertrouwd zijn, zoals de politie.
Vier concrete maatregelen
Nu kondigen ze enkele "concrete initiatieven" aan, zowel op vlak van preventie als nazorg. Het gaat om het verspreiden van een handleiding om radicalisme te detecteren, het wegnemen van de sociaal-economische voedingsbodem voor radicalisering, het versterken van projecten tot deradicalisering waar preventie niet meer helpt en steun aan de hulpactie van het consortium 1212 ten voordele van de Syrische bevolking.
Preventief wordt detectie allereerst als erg belangrijk aanzien, maar experts vertelden de burgemeesters dat scholen, stadsdiensten, sportclubs en middenveldorganisaties vaak niet weten hoe ze daarmee moeten omgaan. Daarom zal een handleiding worden verspreid, aangevuld met een website of telefonische hulplijn. De steden vragen hiervoor de Vlaamse regering om ondersteuning.
Nood aan steun van bovenaf
Ten tweede willen de burgemeesters de integratie en sociale positie van moslimjongeren in de steden verbeteren door extra aandacht en middelen te besteden op het vlak van onderwijs en tewerkstelling. Ze doen hiervoor tevens een oproep aan hogere overheden om initiatieven te nemen.
Waar preventie niet werkt, dienen volgens De Wever, Somers en Bonte lokale projecten van deradicalisering te worden versterkt, omdat "jongeren die dwepen met extremistische ideologieën" opnieuw in de samenleving moeten worden opgenomen. Ze vragen daarom ondersteuning van Binnenlandse Zaken.
"Solidariteit is beste antwoord"
Tot slot steunen de drie steden ook de hulpactie van het consortium 1212 ten voordele van de Syrische bevolking en roepen ze de moslimgemeenschappen op om zelf hulpacties te starten. "Inzet voor de slachtoffers is volgens ons de enige constructieve bijdrage die Vlaamse moslimjongeren in dit gruwelijke conflict kunnen leveren. Solidariteit is het beste antwoord op geweld", klinkt het.
De drie hebben inmiddels ook een nieuw overlegmoment vastgelegd op donderdag 25 april, ditmaal in Mechelen.