Nieuwe begroting beperkt manoeuvreerruimte nieuwe loonsvoorwaarden
Vakbonden en werkgevers moeten normaal gezien de komende weken proberen een akkoord te sluiten over loons- en arbeidsvoorwaarden. Het begrotingsakkoord van de federale regering bevat wel een reeks bakens die de manoeuvreerruimte van de sociale partners beperkt.
Hoeveel de lonen mogen stijgen of hoeveel uren werknemers moeten of mogen presteren onder welke omstandigheden is traditioneel voer voor discussie tussen vakbonden en werkgeversorganisaties. Zij leggen daarover om de twee jaar nieuwe afspraken vast in een interprofessioneel akkoord. Komen ze er samen niet uit, kan de regering in hun plaats knopen doorhakken.
De regering heeft nu echter al een aantal beslissingen genomen rond loonmatiging en concurrentiekracht en ze zal die aan de sociale partners voorleggen. De ambitie van de regering is om de loonhandicap die ons land heeft ten opzichte van de buurlanden stap voor stap tegen 2018 weg te werken.
Loonhandicap
Hoeveel bedraagt die loonhandicap? De centrale raad voor het bedrijfsleven gaat uit van een "bruto" loonhandicap van 5,2%. De overheid voorziet echter in tal van loonsubsidies, waardoor de "netto" loonhandicap een pak lager ligt. Een college van experten zal elke drie maanden uitmaken hoeveel verschil er tussen die bruto- en nettohandicap zit. In afwachting gaat de regering uit van een netto-loonhandicap van 3,4%. De regering wil de netto loonhandicap in stapjes afbouwen. Tegen 2014 zou die slechts 1,8% mogen bedragen.
Om die doelstelling te bereiken, zal de regering de sociale partners vragen om volgend jaar de loonmarge van 0,9% niet te gebruiken, tenzij voor de minimumlonen. De regering zal in een wet laten vastleggen dat de sociale partners tot 2018 steeds een deel van de loonmarge besteden aan het verder afbouwen van de loonhandicap. Een echte loonbevriezing is dat niet. Het zal immers van de conjunctuur afhangen of er de komende jaren nog ruimte zal zijn voor loonstijgingen.
Indexsysteem
Verder worden de sociale bijdragen met 0,3% verlaagd (al hangt daar de voorwaarde van jobcreatie aan vast). Het indexsysteem blijft overeind, maar de "huishoudkorf", de korf met producten die dient om de stijging van de levensduurte te berekenen, zal worden aangepast. Zaken die minder representatief worden, zoals de vaste huistelefoon, zouden er uit kunnen verdwijnen en huisproducten van grootwarenhuizen kunnen meer in rekening worden gebracht.
Hebben de sociale partners dan nog iets te zeggen? Ja, klinkt het bij de regering. Zij moeten nog knopen doorhakken over arbeidstijden, flexibiliteit op de werkvloer en overuren. Ze moeten zich ook nog uitspreken over de zogenaamde "welzijnsenveloppe" (een extra budget voor pensioenen en invaliditeitsuitkeringen). Bepaalde maatregelen, zoals rond het terugdringen van energieprijzen en opleidingen, moeten dat debat vergemakkelijken, luidt het in regeringsbronnen.