OM vordert 10 jaar cel voor Pierre Serry in drugszaak
Voor de correctionele rechtbank van Gent heeft het openbaar ministerie vanmiddag tien jaar cel gevorderd voor Pierre Serry, een van de verdachten in de kasteelmoord, voor zijn rol in een grootschalige internationale drugssmokkel. "Het gaat om een van de grootste drugszaken die ooit in België aan het licht gekomen zijn. De cocaïne had een straatwaarde van 35 tot 57 miljoen euro", stelde de openbare aanklager.
De 62-jarige Serry wordt samen met vier andere beklaagden beschuldigd van het bezit, de verkoop en de invoer van cocaïne. De feiten gebeurden tussen 2007 en 2009 en kwamen aan het licht nadat de politie in de haven van Antwerpen een container ontdekte met 380 kilogram cocaïne. Serry wordt samen met twee andere verdachten beschouwd als leiders van de bende.
Telefoontaps
Het openbaar ministerie verwees onder meer naar de resultaten van telefoontaps om de betrokkenheid van alle verdachten aan te tonen.
"Grote hoeveelheden drugs werden van Zuid-Amerika naar België gebracht met het oog op doorvoer naar Nederland. Serry ging onder meer op prospectie in Paraguay en had in België de touwtjes in handen. Met de 380 kilo drugs zouden alle inwoners van Antwerpen en van Gent elk van een pakje cocaïne voorzien kunnen worden. Ik vraag tien jaar cel", zei aanklager Wim Onderdonck.
Voor de twee andere leiders van de bende werd eveneens tien jaar gevangenisstraf gevorderd en voor de twee nevenverdachten twee en drie jaar cel.
Dagvaarding onontvankelijk verklaren
De verdediging van Pierre Serry heeft gevraagd dat de dagvaarding in de drugszaak onontvankelijk wordt verklaard. "In de dagvaarding staat niets van wat het openbaar ministerie hier zonet verklaard heeft. Dergelijke wijze van procesvoering is niet meer van deze tijd. Er moet een cross-examination komen die in overeenstemming is met de internationale rechtspraak", verklaarde advocaat Hans Rieder.
"Ik vraag de exceptie obscuri libelli (wat inhoudt dat de tenlastelegging geen concrete ten laste gelegde feiten vermeldt, nvdr.)", verklaarde advocaat Hans Rieder. "In de dagvaarding staat niets van alles waarover het openbaar ministerie een uur uitleg heeft gegeven. Het is onmogelijk om mijn cliënt nu te verdedigen. Er moet een debat ontstaan."
De advocaat verwees naar uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. "Het oude systeem van ex cathedra heeft niets meer te maken met de internationale verdragen die we moeten toepassen. Er moet een cross-examination komen die in overeenstemming is met de internationale rechtspraak. Ik doe dit uit bezorgdheid omdat de Belgische rechtspraak niet meer conform is de internationale wetten", aldus Rieder.
De verdediging verzette zich ook tegen de berekening van de straatwaarde van de drugs door de aanklager. "Ik heb de indruk dat u een fantastische rekenmachine hebt."