Onderwijskoepels vragen Demir om concreet plan voor leerlingenvervoer
De onderwijskoepels verwachten dat Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) snel een concreet plan van aanpak voorlegt voor het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. In de nasleep van het dodelijke ongeval met een schoolbus in Buggenhout werd een geplande besparing afgevoerd, maar op grote hervormingen is het wachten tot 2028.
Bij die aanrijding op een overweg kwamen op 26 mei de chauffeur, de busbegeleider en twee leerlingen om het leven. Het ongeval voedde de verontwaardiging over een geplande besparing van 10,7 miljoen euro die 200 ritten zou afschaffen. Die besparing gaat uiteindelijk niet door en de bevoegdheid verhuisde van minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) naar haar partijgenote Demir.
Dat het leerlingenvervoer nu bij Onderwijs zit, noemt Koen Pelleriaux van het GO! logisch. Tot nu bepaalde de minister van Onderwijs welke kinderen recht hadden op busvervoer, terwijl Mobiliteit dat vervoer moest organiseren en betalen.
“Dat is natuurlijk om problemen vragen”, zegt hij. “Het is in elk geval een verbetering dat het in één beleidshand zit en dat de minister van Onderwijs ook bevoegd is voor het leerlingenvervoer.”
“Geen pasklare oplossing”
Een pasklare oplossing heeft hij echter ook niet. “We deden enkele proefprojecten. Daar kunnen we lessen uit trekken.” Hij verwijst naar Roeselare en Leuven, waar het vervoer binnen één stad werd georganiseerd en de buslijnen zo kort mogelijk werden gehouden.
“Het komende schooljaar zal vooral voortborduren op hoe het vandaag is”, zegt Bruno Vanobbergen, topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Hij wijst erop dat Demir dit schooljaar al veel meer lokale proefprojecten wil.
“Daar zit een heel belangrijke sleutel: leg die verantwoordelijkheid op het lokale niveau, want het is dat lokale niveau dat zicht heeft op de noden.” Volgens hem moet er daarnaast meer worden ingezet op inclusieve opvang (zodat leerlingen minder lang op de bus zitten) en op meer samenwerking tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs. “Ik ben hoopvol, maar er is nog heel wat werk te doen, op alle niveaus.”
“Nieuw uitstel uit den boze”
De grote lijnen van de hervorming, die vanaf het schooljaar 2028-2029 moet ingaan, liggen intussen vast in een visienota. Die mikt op een gerichter aanbod: wie collectief vervoer echt nodig heeft, kan daarop blijven rekenen. Aanvullend komt er een flexibeler systeem dat verschillende vervoersmogelijkheden combineert. Er komt ook meer voor- en naschoolse opvang in het buitengewoon onderwijs. Regionale antennes moeten de organisatie in handen nemen.
Walentina Cools, algemeen directeur bij OVSG, waarschuwt vooral voor nieuw uitstel. De proefprojecten lopen al lang en het dossier is al vaak vooruitgeschoven, zegt ze. “Het is natuurlijk belangrijk dat we dat niet holderdebolder doen, maar ook dat we het niet opnieuw uitstellen.” Ze hoopt dat er tegen het einde van dit schooljaar een plan van aanpak klaarligt voor het jaar nadien, “zodat iedere leerling op een goede manier naar school kan zonder dat hij al om 5 uur ’s ochtends moet vertrekken”.
LEES OOK.