Ongeruste koning tikt politici op de vingers
In zijn traditionele toespraak, ditmaal voor een nationale 'feestdag' onder hoogspanning, heeft koning Albert II de onderhandelende politici "krachtig en met overtuiging" om de oren geslagen met de risico's verbonden aan de aanhoudende politieke impasse. De vorst vreest voor de welvaart van de Belgen en een oprukkend poujadisme dat de democratie ernstig kan schaden. Tegelijk roept hij de burgers op tot een grotere verstandhouding tussen de gemeenschappen.
In zijn toespraak grijpt koning Albert terug naar zijn "recht om te waarschuwen". Hij vreest dat het aanmodderen op federaal niveau "bij een aanmerkelijk deel van de bevolking" onbegrip opwekt, wat de democratie in haar geheel zal aantasten. Maar indien de crisis aanhoudt zal ook "heel concreet het socio-economische welzijn van alle Belgen worden aangetast."
Ook in het buitenland krijgt het imago van België klappen, waarschuwt de koning. Waar ons land en zijn culturele diversiteit "in zekere mate beschouwd (werden) als model voor de Europese Unie", brengt de huidige situatie slechts ongerustheid die ook Europa kan treffen. De Europese eenmaking wordt echter al voldoende tegengewerkt door eurosceptici en populisten, vindt de vorst.
"Toegevingen doen"
Het is de plicht van politici om hun verantwoordelijkheid te nemen en compromissen te sluiten, onderstreept Albert. "Bij het zoeken naar een redelijk akkoord spreekt het vanzelf dat elke partij toegevingen zal moeten doen", citeert hij zijn eigen kerstboodschap. Een nieuwe regering blijft voor de vorst "dringend noodzakelijk" om de nodige structurele hervormingen door te voeren "op institutioneel en op sociaal-economische vlak."
Tot slot roept de koning ook de Belgen zelf op tot een inspanning. "De andere tegemoet gaan, zijn taal spreken, belangstelling tonen voor zijn cultuur, hem beter leren begrijpen, het zijn allemaal uitingen van modern burgerschap", besluit hij.
Koning Albert II ziet zijn traditionele toespraak daags dus volledig gekaapt door de politieke impasse op federaal niveau. Waar de vorst vorig jaar slechts één paragraaf reserveerde voor de communautaire spanningen, weet hij dit keer ternauwernood nog enkele lijnen vrij te houden voor de Koning Boudewijnprijs. Een teken aan de wand voor het optimisme in de Wetstraat dat sinds 13 juni 2010 steil omlaag ging.
Dromen van nieuwe toekomst
In de toespraak van 2010 - een dikke maand na de federale verkiezingen - droomde de koning nog luidop van een nieuwe toekomst. Hij riep op tot "nieuwe vormen van samenleven waarin iedereen zich goed kan voelen. Pijnlijke kwesties die verdeeldheid zaaiden dienen beslecht, en nieuwe evenwichten tussen het federale en de gefedereerde entiteiten moeten worden uitgedacht", sprak hij een jaar geleden. "Dat is het wat onze medeburgers verwachten."
Een klein half jaar geruzie en getouwtrek later was de teneur al heel anders. "Bij het zoeken naar een redelijk akkoord spreekt het vanzelf dat elke partij toegevingen zal moeten doen. Iedereen is dus verplicht zijn verantwoordelijkheid op te nemen" en te streven naar "een compromis dat bijeenbrengt en de tegenstellingen niet verscherpt", klonk het streng in de kerstboodschap van de vorst.
Aan de vooravond van de 'feestdag' anno 2011 klinkt de vorst ronduit beteuterd. "Op deze nationale feestdag had ik me graag verheugd, samen met u, over de eedaflegging van een nieuwe volwaardige regering. Helaas, zo ver zijn we niet", betreurt hij. Gevolgd door een reeks scherpe waarschuwingen over de risico's die de talmende politici de Belgen op de hals halen. (belga/ypu)