Onkelinx: "Kabinet Reynders was op de hoogte"
Het kabinet van minister van Financiën Didier Reynders was op de hoogte van de inhoud van het advies dat substituut Paul Dhaeyer in eerste aanleg heeft uitgebracht over de verkoop van Fortis. Dat heeft vicepremier Laurette Onkelinx vandaag in de Fortis-onderzoekscommissie verklaard. Toenmalig Open Vld-minister Patrick Dewael was hierover echter een stuk minder formeel.
Ook kabinetchefs moeten komen
In de vooravond werd de beslissing genomen om ook vier kabinetchefs, advocaat Christian Van Buggenhout en adjunct-katbinetchef Eric de Formanoir op te roepen. De zet komt er nadat de voorbije dagen bleek dat er nog een aantal dingen uit het dossier onopgehelderd bleven. Zo blijft de vraag bijvoorbeeld bestaan of de kabinetschef van minister van Financiën Didier Reynders, Olivier Henin, al eerder op de hoogte was van het advies van het parket. Henin en zijn minister zeggen van niet, Yves Leterme en zijn toenmalige kabinetschef Hans D'Hondt zeggen van wel. Een rechtstreekse confrontatie tussen Henin en D'hondt komt er echter voorlopig niet.
Reynders geviseerd
Na Yves Leterme, Jo Vandeurzen en Didier Reynders was het vandaag de beurt aan de andere vicepremiers van de toenmalige regering-Leterme om te komen getuigen in de commissie. Het was vooral uitkijken naar hun versies over de tegenstellende verklaringen die al gedaan zijn over de voorkennis.
Telefoontje van advocaten
Onkelinx baseerde zich tijdens haar tussenkomst op informatie die ze hierover onlangs kreeg van haar kabinetschef Olivier Vanderejst, die op 6 november vorig jaar de bewuste vergadering van de kabinetschefs van het kernkabinet bijwoonde. Daar kreeg Olivier Henin een telefoontje van de advocaten van de staat in de zaak-Fortis, volgens Henin enkel om mee te delen dat het advies dezelfde dag nog zou worden uitgesproken. Leterme en zijn kabinetchef Hans D'Hondt stellen dat toen al duidelijk was dat het advies negatief zou zijn.
Nerveuze Henin
Volgens Vanderejst kwam Henin na het telefoontje geënerveerd de zaal weer binnen en liet hij aan D'Hondt weten "dat er indicaties zijn dat het advies problemen gaat opleveren". Volgens Dewael herinnert zijn kabinetschef - Hedwig De Koker - van de vergadering dat er een advies op komst was "dat mogelijk problemen zou kunnen veroorzaken".
"Niet gebrieft over vergadering"
Beiden stelden dat ze op het moment zelf niet werden gebrieft over de vergadering. Volgens Onkelinx omdat meteen nadien het arrest werd uitgesproken. Dewael zei dan weer dat zijn kabinetschef altijd verslag uitbracht over belangrijke zaken. "Mochten er belangrijke consequenties zijn geweest, dan had hij mij daar wellicht over gesproken", voegde de Vlaamse liberaal eraan toe. Zowel Onkelinx als Dewael lieten weten dat hun (toenmalige) kabinetschef ter beschikking staat van de commissie om te getuigen, iets waar de oppositie meteen op sprong.
"Bevoegdheid van Reynders"
De twee benadrukten voor het overige dat noch op het kernkabinet noch tijdens een ministerraad in november of december ooit is gesproken geweest over de gerechtelijke procedure in de zaak-Fortis. Dat was de bevoegdheid van minister van Financiën Didier Reynders. Beiden werden op 12 december pas laat op de avond ingelicht over het arrest in beroep. De dag nadien vernamen ze iets over de problemen die er waren geweest in de 18de kamer van het Brusselse hof van beroep.
Artikel 1088
Binnen de regering werd vanaf dan gedebatteerd over het al dan niet toepassen van artikel 1088 van het gerechtelijk wetboek, dat de minister van Justitie toelaat om in lopende procedures tussen te komen wanneer zich problemen voordien. Volgens Onkelinx en Dewael wilden zowat alle ministers dat op dit artikel beroep zou worden gedaan. "Om de belangen van de staat te vrijwaren", dixit Dewael. Jo Vandeurzen was echter tegen omdat hij vond dat hij niet tegelijkertijd kon waken over de procedure en tegelijkertijd een nietigheidsprocedure opstarten.
Gewetensnood Vandeurzen
De regering legde zich uiteindelijk neer bij de "gewetensnood" van Vandeurzen, al lag ook het voorstel op tafel om Vandeurzen voor dit dossier te laten vervangen. "Jullie wilden van Vandeurzen een soort koning Boudewijn maken: een minister met een geweten vervangen", poneerde Renaat Landuyt.
Dewael ontkende dat het de bedoeling was om via artikel 1088 de 18de kamer buitenspel te zetten. "We waren wel verbaasd over wat er allemaal was gebeurd in de 18de kamer, maar daar was het ons niet om te doen", stelde hij. (belga/svm)