Parket-generaal eist drie jaar met uitstel voor De Tandt
Het Brusselse parket-generaal heeft een gevangenisstraf van 3 jaar met uitstel gevraagd voor Francine De Tandt, de oud-voorzitster van de Brusselse rechtbank van koophandel. Zij wordt beschuldigd van valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en schending van haar beroepsgeheim. Haar verdediging vecht echter de geldigheid van het hele onderzoek aan. Dat zou immers begonnen zijn toen een advocaat, meester J.S., zijn beroepsgeheim schond.
Het hele verhaal begint volgens meester André De Becker, de advocaat van Francine De Tandt begin de jaren 2000 met de echtscheiding tussen een groothandelaar in groenten uit het Leuvense onderzoek, D., en diens echtgenote.
"Mevrouw D. deed beroep op een advocaat uit Overijse, meester Robert Peeters, en beweerde dat haar echtgenoot een groot deel van zijn fortuin probeerde te verbergen en uit de echtscheidingprocedure probeerde te houden", zei meester De Becker. "Daarop stapte meester Peeters naar rechter De Tandt met de vraag een onderzoek te bevelen naar de vennootschappen van meneer D. Tegelijkertijd liep er in Leuven ook een gerechtelijk onderzoek tegen D. voor fiscale fraude en witwassen."
Rechter De Tandt beval het onderzoek, maar de advocaten van D. beweerden dat het Leuvense gerecht hun informatie over de vermeende misdrijven van D. uit die onderzoeken haalde, aldus meester De Becker. "In dezelfde periode werd advocaat Robert Peeters opgepakt en aangehouden. Zijn advocaat, meester Johan S. kreeg hem vrij maar werd nadien bedankt voor zijn diensten en ging aan de slag als advocaat van één van de vennootschappen van meneer D."
Vonnissen op bestelling
Nog steeds volgens meester De Becker zou die meester Johan S. in 2006, samen met een confrater, een anonieme verklaring hebben afgelegd bij de Brusselse federale gerechtelijke politie (FGP) waarin hij zijn vermoedens uitte over de mogelijke corruptie in hoofde van rechter De Tandt. Zij zou immers onder één hoedje spelen met advocaat Robert Peeters en voor hem vonnissen op bestelling maken. In 2009 zou hij in dezelfde zin verklaringen afgelegd hebben aan de Gentse raadsheer-onderzoeksrechter Henri Heimans, die op dat moment de lekken rond het Fortis-arrest van het Brusselse hof van beroep onderzocht.
"Bij dat onderhoud was een commissaris van de FGP aanwezig, " ging meester De Becker verder, "die daarover verslag opstelde en dat verslag overmaakte aan haar overste, directeur van de Brusselse FGP Glenn Audenaert. Toevallig of niet een vriend van meneer D., de groentenboer uit het Leuvense. Via directeur Audenaert kwam het verslag bij de minister van Justitie en bij de pers terecht, en ging de bal aan het rollen."
Beroepsgeheim
De vraag die nu volgens meester De Becker moet gesteld worden en tot op heden door niemand gesteld is, is of meester Johan S. zijn beroepsgeheim niet geschonden heeft toen hij zijn twee verklaringen aflegde. "Mevrouw De Tandt heeft klacht ingediend voor schending beroepsgeheim en lasterlijke aangifte maar tot op heden is de rol van meester S. nog steeds niet onderzocht", besloot meester De Becker.
Ook de advocaat van Luc Vergaelen, meester Hans Rieder, pleitte in dezelfde zin. Het hof hoorde ook de commissaris die aanwezig was bij het onderhoud tussen advocaat Johan S. en raadsheer Heimans, als getuige. Die kon weinig meer doen dan bevestigen dat ze bij het gesprek aanwezig was en het haar plicht vond verslag te doen aan haar oversten.