Parlementaire pensioenleeftijd van 55 naar 62 jaar
De Conferentie van Parlementsvoorzitters heeft een consensus bereikt over het optrekken van de parlementaire pensioenleeftijd van 55 naar 62 jaar vanaf 30 juni 2014, in plaats van 2016 voor bepaalde categorieën. De berekening van het pensioen zal voortaan ook gebeuren op basis van minder voordelige tantièmes (1/36 ipv 1/20). Dat heeft Kamervoorzitter André Flahaut (PS) bekendgemaakt.
De voorzitters van de verschillende parlementaire assemblees van ons land zaten vandaag samen. Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans stelde daarbij de vergelijkende studie voor die zijn halfrond eerder al bestelde. Ook de eerste resultaten uit de interparlementaire werkgroep over de kwestie kwamen aan bod.
Nieuw statuut parlementsleden
Tegen de volgende bijeenkomst zal die werkgroep ook voor de gelijkgestelde periodes de nodige verfijningen aanbrengen, alvorens zich te wagen aan de gesprekken over een nieuw statuut voor de parlementsleden.
Voorts nam de Conferentie het rapport door van de werkgroep 'Politieke partijen', die belast is met de omzetting van de aanbevelingen van de Raad van Europa tegen corruptie. Met name de transparantie rond de financiering van politieke partijen komt daarbij aan bod. Ook in die kwestie is sprake van toenadering, maar moeten nog bepaalde knopen worden doorgehakt.
Uitvoering staatshervorming en hertekening Senaat
Tot slot namen de parlementsvoorzitters nog akte van de vooruitgang die de parlementaire griffiers al boekten rond de samenwerking op personeelsvlak, specifiek met het oog op de uitvoering van de staatshervorming en de hertekening van de Senaat.
De volgende vergadering van de Conferentie staat gepland voor 27 juni om 8 uur.