"Pensioenhervorming geen revolutie, wel gelijke regeling"
De pensioenhervorming is geen revolutie maar "een gelijke hervorming die dragelijk is voor al wie onder deze maatregelen komt te vallen". Dat stelde minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne. Velen zien de hervorming echter niet zitten. Donderdag staakt de openbare sector al, en ook de magistraten beginnen nu te morren.
Van Quickenborne verdedigde andermaal de hervormingen. "De hervorming om het vervroegd pensioen met twee jaar te verhogen over een periode van vier jaar is correct en noodzakelijk. Dat zal ons tegen 2016 anderhalf miljard opleveren", klonk het. De hervormingen en besparingen moeten volgens hem zo snel mogelijk genomen worden om het land uit de problemen te helpen en een sterke internationale geloofwaardigheid op te bouwen.
De minister gaf ook aan dat er nog overleg nodig is over een aantal overgangsmaatregelen voor een aantal bijzondere stelsels. Zo moet er met de gemeenschappen gepraat worden over de TBS-regeling in het onderwijs waardoor leerkrachten vroegtijdig kunnen uittreden. Door de verhoging van het vervroegd pensioen zou de regeling van de terbeschikkingstelling van leerkrachten - die door de gemeenschappen betaald worden - vier jaar kunnen duren.
Rekenhof
Van Quickenborne gaat ook akkoord met het nieuwe boek van het Rekenhof. Die voorstellen omvatten onder meer een verhoging van de leeftijd voor vervroegd pensioen van 60 naar 62 jaar en het geleidelijk optrekken van de loopbaanduur van 35 naar 40 jaar. Ook worden tal van speciale regimes afgebouwd. Zo krijgen bijvoorbeeld professoren en magistraten pas na 36 jaar carrière een volledig pensioen.
Wat Van Quickenborne ook opvalt in het boek van het Rekenhof, is de verdeling van de pensioenlast tussen de federale overheid en de deelentiteiten. De last voor de deelentiteiten wordt in zijn plannen de komende jaren opgetrokken van 16 tot 150 miljoen euro in 2015. Dat is volgens de minister nog steeds een kleine bijdrage in de totale pensioenlast.
En na 65?
Een grote meerderheid van de Belgen ziet het verplicht werken na 65 jaar niet zitten. Ze staan wel positief tegenover het recht om langer te mogen werken dan 65 jaar, en ongeveer een derde van de Belgische werknemers zou dat overwegen als er zekere aanpassingen worden gedaan. Dat blijkt uit een enquête van het marktonderzoeksbureau Profacts bij 1.325 werknemers en 368 HR-managers. Het besef dringt wel degelijk door bij de Belgen dat ze langer zullen moeten werken. Een meerderheid denkt nu dat ze pas tussen 61 en 65 met pensioen zullen kunnen gaan. In 2005 dacht nog een meerderheid op zijn 60ste of vroeger op pensioen te kunnen gaan. Gemiddeld denkt men op 64 jaar op pensioen te kunnen gaan.
Magistraten
De Adviesraad van de Magistratuur (ARM) is niet te spreken over de beslissing van de Kamercommissie Justitie om de pensioenregeling voor magistraten aan te passen. Door die beslissing zou een magistraat pas vanaf een loopbaan van 36 jaar een volledig pensioen trekken en niet langer na een loopbaan van 22,5 jaar. De ARM vindt de maatregel nadelig en vindt het niet kunnen dat zij niet geraadpleegd werd. Ook een aantal magistratenverenigingen reageert verontwaardigd. (belga/sg)