Pensioenleeftijd stijgt naar 67 jaar in 2030
De federale regeringsonderhandelaars, die al sinds gisterenmiddag samenzitten, hebben een akkoord bereikt over een verhoging van de pensioenleeftijd. Die stijgt tegen 2030 naar 67 jaar, zo is aan onze redactie bevestigd.
Toch onderhandelen tot de finish vandaag?
Als reden voor het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd wordt gewezen op de stijgende levensverwachting. Het akkoord omvat dat de wettelijke pensioenleeftijd vanaf 2025 naar 66 en vanaf 2030 naar 67 stijgt. Vervroegd pensioen zal pas mogelijk zijn vanaf 63.
Overgangsmaatregelen moeten de stijging compenseren. Wie 58 jaar is in 2016 kan twee jaar later op zijn 60ste met pensioen, wie 59 of ouder is een jaar later. "Het was voor iedereen duidelijk dat we moesten hervormen", klinkt het bij N-VA. "Dat heeft de expertencommissie met Frank Vandenbroucke ons nogmaals duidelijk gemaakt. Deze regering durft nu deze moeilijke stap zetten." Ook een andere onderhandelaar noemt het "een moeilijke beslissing, die echter ook menselijk is".
Dit is een moeilijke beslissing, maar ze is ook menselijk
Overgangsmaatregelen voor politie
Ook voor het pensioen van politie-agenten zouden "specifieke overgangsmaatregelen" gevonden zijn. Die hielden de afgelopen weken nog verschillende acties en betogingen tegen het arrest van het Grondwettelijk Hof waardoor zij ineens pas veel later op pensioen zouden kunnen gaan. De details daarover zijn nog niet bekend.
Voorts komt er een uitbreiding van het tijdskrediet met 12 maanden, specifiek voor mensen die voor hun kinderen (tot acht jaar) willen zorgen of bijvoorbeeld voor palliatieve zorgen. Er komt ook een verruiming van het aanvullend pensioen voor wie er geen recht via de sector. Ook het onbeperkt bijverdienen wordt versoepeld: wie 65 is, of wie met vervroegd pensioen is en een loopbaan heeft van 45 jaar, mag voortaan onbeperkt bijverdienen.
Vooral N-VA heeft aangedrongen op de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd. Voor de liberale partijen is de uitbouw van de tweede pensioenpijler voor zelfstandigen belangrijk, net als de mogelijkheid om na 65 jaar onbeperkt te kunnen bijverdienen. Voor CD&V was het belangrijk dat de maatregelen geleidelijk werden ingevoerd. Het is compromis waar iedereen zich kan in vinden, klinkt in onderhandelingskringen, ook al is de verhoging van de pensioenleeftijd erg verrassend.
Werk is afgerond
Het ging tergend traag afgelopen nacht, vooral op het vlak van fiscaliteit heeft het stevig geclasht. Charles Michel pleegde voortdurend bilateraal overleg, maar rond zeven uur deze ochtend vond hij voldoende draagvlak om de plenaire samen te roepen. Dan ging het snel. Het luik pensioenen werd volledig afgerond, met de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd als verrassende uitkomst.
Ook de hoofdstukken werk en sociale zaken zijn zo goed als rond. Enkele zaken werden meegenomen naar de begrotingsbesprekingen om definitief af te kloppen.
Zo komt later vandaag ook de fiscalisering van de welvaartsenveloppe weer op tafel. Dat wordt nu cash uitbetaald, maar kan eventueel ook via de belastingbrief. Volgens N-VA zou dat een flinke besparing opleveren. Maar CD&V ziet dat voorlopig niet zitten.
Sinds tien uur zitten de coformateurs enkel met de partijvoorzitters samen, zonder delegatie. Bedoeling zou zijn om in de loop van de namiddag te landen, al ligt er nog veel werk op de plank en begint de vermoeidheid te wegen.
Reacties
De PS reageert "verontwaardigd" op de plannen van de federale regeringsonderhandelaars om de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken naar 67 in 2030. Volgens de PS schuiven de onderhandelaars de lasten voor de financiering van de pensioenen af op de werknemers. "De prioriteit moet liggen bij het verhogen van de werkzaamheidsgraad tot 65", luidt het in een persbericht.
PS-Kamerlid Frédéric Daerden is naar eigen zeggen "diep geschokt door de frontale aanval op de werknemers". "Op die manier dwingen de onderhandelaars de werknemers, die vaak al fysiek en mentaal vermoeid zijn aan het einde van hun loopbaan, te werken tot na hun 65ste", aldus Daerden, die er ook op wijst dat er geen sprake is geweest van sociaal overleg.
Vandenbroucke: "Meer nadruk leggen op spelregels dan pensioenleeftijd"
Frank Vandenbroucke, voormalig sp.a-minister en lid van de commissie Pensioenhervorming, wilde niet rechtstreeks reageren op het deelakkoord dat de onderhandelaars voor een federale regering hebben gesloten. Hij wees er wel op dat het pensioenrapport van de commissie meer de nadruk legt op het vastleggen van spelregels voor de lange termijn, dan op specifieke pensioenleeftijden. "Ik geef geen commentaar op teksten waarvan ik de inhoud niet ken", stelde Vandenbroucke tijdens een persconferentie over de jaarlijkse pensioenenquête van Delta Lloyd Life. "Ik kan alleen verwijzen naar het pensioenrapport", dat midden juni werd voorgesteld.
De commissie Pensioenhervorming pleit daarin voor het vastleggen van spelregels, en niet zozeer van specifieke principes. "Het kan nuttig zijn voor bijvoorbeeld 2020 of 2025 bepaalde zaken vast te leggen, maar op de langere termijn zijn spelregels nodig die zichzelf aanpassen in functie van de evoluerende context", vindt Vandenbroucke.
Bruno Tobback: "Gelaat met blauwe plekken"
"De maatregelen die ze voorstellen zijn omgekeerd herverdelend. Wie het snelst aan de slag gaat en dus vaker een lager inkomen heeft, zal het langst moeten blijven werken", reageert sp.a-voorzitter Bruno Tobback. "CD&V noemt dit een pensioenhervorming met een menselijk gelaat? Ik zie vooral een gelaat met veel blauwe plekken".
Volgens sp.a-voorzitter Bruno Tobback is iedereen het erover eens dat er langer moet gewerkt worden. "Dat zeggen wij ook. Alleen zeggen wij dat iemand die op zijn 18de begint te werken na 42 jaar werken recht heeft op een volwaardig pensioen. Die loopbaan van 42 jaar geldt ook voor iemand die tot zijn 25ste studeert. Die laatste zal dus ook in onze visie tot zijn 67ste moeten werken. Dat is rechtvaardig".
Maar die 'rechtvaardigheid' vindt Tobback niet meteen terug in de plannen van de federale onderhandelaars. "De Zweedse lijn van de Vlaamse regering wordt gewoon voortgezet en opnieuw gaat het om een omgekeerde herverdeling. Wie het vroegst aan de slag gaat, wordt de dupe. Wie op zijn 18de gaat werken, kijkt dus aan tegen een loopbaan van 49 jaar. Mensen die op die leeftijd beginnen werken hebben vaak een lager inkomen. Net van hen wordt dus het meeste gevraagd. Dat is niet rechtvaardig", aldus Tobback.
De 'Zweedse' onderhandelaars zijn het intussen ook eens over een aantal werkgelegenheidsmaatregelen. Zo komt er een verplichte gemeenschapsdienst van twee halve dagen per week voor langdurig werklozen. "Langdurige werkloosheid los je niet op door mensen twee halve dagen plantsoenen te laten opruimen. Je moet mensen perspectief geven op echt werk, met een echt loon en de opbouw van pensioenrechten. Jonge langdurig werklozen help je niet aan een baan door hen papiertjes te laten oprapen. Waarom niet kiezen voor gerichte loonlastenverlagingen voor jongeren?".
Wie het vroegst aan de slag gaat, wordt de dupe. Wie op zijn 18de gaat werken, kijkt dus aan tegen een loopbaan van 49 jaar
Werkgeversorganisaties: "Te verwachten"
De werkgeversorganisaties VBO en Voka reageren voorzichtig positief. Pieter Timmermans van het VBO had deze verhoging wel verwacht. "Dezelfde tendens is al merkbaar in de rest van Europa, dus het was te verwachten dat dit bij ons ook ging gebeuren", zegt Timmermans, die bovendien tevreden is dat er nu structureel wordt hervormd en men "niet blijft morrelen in de marge". Daarnaast is het volgens de VBO-topman een goede zaak dat de bevindingen in het pensioenrapport van minister van Staat Frank Vandenbroucke worden gevolgd. "Dit sluit aan bij de bevindingen in het pensioenrapport waarin wordt gesteld dat de pensioenleeftijd omhoog moet omdat ook onze levensverwachtingen zijn gestegen", besluit Timmermans.
Voka-topman Jo Libeer vindt de verhoging van de pensioenleeftijd niet meer dan logisch, al begrijpt hij de ingang van de verhoging niet. "De vergrijzingskost zal tussen 2020 en 2030 het grootst zijn. Dan hebben we nood aan economische groei en moeten er zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn om die kost te kunnen betalen. Als men de leeftijd in 2025 optrekt tot 66 en in 2030 tot 67, stelt het probleem zich al veel minder omdat de babyboomgeneratie dan is weggevallen", oordeelt Libeer.
Zelfstandigenorganisatie Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) vindt de maatregelen daarentegen onzinnig. "We moeten er eerst en vooral alles aan doen om iedereen die werkt tot zijn of haar 65ste aan de slag te houden. Dat is en blijft de essentie", vindt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.
We moeten er eerst en vooral alles aan doen om iedereen die werkt tot zijn of haar 65ste aan de slag te houden. Dat is en blijft de essentie