Picqué: "Vlaamse klachten tegen sportinfrastructuur zijn bekrompen"
Brussels minister-president Charles Picqué is geïrriteerd door de nieuwe beroepen die de Vlaamse regering heeft ingediend tegen de investeringen door het Brussels gewest in lokale sportinfrastructuur en tegen het beter afstemmen van de opleidingen en de arbeidsmarkt. De beroepen, die volgens hem reeds door de regering-Peeters zijn ingediend, zijn "bekrompen, in het licht van de uitdagingen waar de Brusselse bevolking geconfronteerd wordt". Hij verwijst ook naar het communautaire akkoord van oktober 2011 dat het mogelijk maakt om beroepsopleidingen te organiseren in het kader van het gewestelijk tewerkstellingsbeleid. "Eens te meer komt het beleid ten voordele van de bevolking in het gevaar", stelt Charles Picqué.
Picqué verwijst ook naar het eerder beroep tegen de investeringen in crèches en schoolplaatsen, waar de Vlaamse regering gedeeltelijk gelijk kreeg van het Grondwettelijk Hof. Met die maatregel wilde de Brusselse regering anticiperen op de nakende bevolkingsexplosie in de hoofdstad. Nu is de regering-Peeters ook in beroep gegaan tegen de Brusselse investeringen in de lokale sportinfrastructuur. Dat kaderde in een samenwerkingsakkoord met het Waals gewest waardoor de Franse gemeenschapscommissie (COCOF) een jeugdbeleid zou kunnen voeren in de Brusselse wijken. De infrastructuur zou ook expliciet openstaan voor de Vlaamse bevolking, merkt de minister-president nog op.
Hij hekelt ook het feit dat de Vlaamse regering ook in beroep is gegaan tegen de beslissing van zijn regering om 3 miljoen euro uit te trekken voor maatregelen die de beroepsopleidingen (een bevoegdheid van de gemeenschapscommissies) beter moeten afstemmen op de arbeidsmarkt (gewestbevoegdheid), om de hoge werkloosheid in Brussel een halt toe te roepen.
Picqué kondigt aan dat de volledige Brusselse regering, bestaande uit Franstalige en Nederlandstalige ministers, zich tegen de beroepsprocedures zal verdedigen.